Zingeving & Spiritualitieit
Studieprogramma
Studenten volgen een algemeen kernprogramma dat bestaat uit de volgende
vakgebieden:
- Zingeving en transcendentie: aandacht wordt besteed aan psychosociale, psychotherapeutische en transcendente referentiekaders die kunnen helpen de zin van het leven te ontdekken. Naast een abstracte betekenis van het leven gaan we op zoek naar een denkbare mogelijkheid van een specifieke levenstaak en bestemming van de mens.
- Psychologie: aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de analytische psychologie, de psychologische grondslag van de functies van religie, ontwikkelingspsychologie, humanistische- en transpersoonlijke psychologie, psychosynthese, en psychopathologie (op welke wijze worden mensen gevormd en misvormd?).
- Westerse-esoterie: de grote lijnen van de geschiedenis van de Westerse-esoterie en de belangrijkste ontwikkelingen van het esoterisch gedachtegoed is object van studie.
- Godsdienstwetenschappen: kennismaken met de uitgangspunten en de werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Bestudeerd worden godsdienstige stromingen, mens- en godsbeelden.
- Therapeutische gespreksvoering: het verkrijgen van kennis en inzicht in de toepassingsmogelijkheden van therapeutische gespreksvoering in het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg. Parapsychologie: aan de orde komt het (experimenteel) wetenschappelijk onderzoek naar vermogens, verschijnselen en waarnemingsvormen die niet met de normale zintuiglijkheid te verklaren zijn en die zich niet zo makkelijk lijken in te passen in het klassieke natuurwetenschappelijk denken.
- Filosofie: we maken kennis met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities in denken worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. Behandeld worden grote periodes, grondideeën en thema's uit de metafysica die voor zingeving en spiritualiteit een bijzondere relevantie hebben.
- Vergelijkende spiritualiteitstudies: het verkrijgen van kennis en inzicht in de relatie tussen de geleefde spiritualiteit en religieuze bewegingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
- Praktische spiritualiteit: studenten maken kennis met de verschillende handelingsvelden van de praktische spiritualiteit zoals het lezen en schrijven van een spirituele autobiogafie.
- Werken met de DSM - IV: De DSM-IV (diagnostiek en classificatie van psychische stoornissen) is een bruikbare aanpak voor het diagnosticeren en classificeren van psychische stoornissen in de patiëntenzorg. De klinische bruikbaarheid van de DSM - IV is uitgangpunt.
- Stervensbegeleiding: aandacht wordt besteed aan het begeleiden van stervenden en de aspecten van het stervensproces. In het bijzonder aan de rituelen bij sterven, uitvaart en rouw en de palliatieve begeleiding.
- Gezondheidsrecht en bedrijfsvoering: de praktijk voor zingeving en stervensbegeleiding ding in de (geestelijke) gezondheidszorg staat centraal. Aandacht wordt besteed aan het verkrijgen van kennis over wetgeving die het maatschappelijk kader aangeeft waarbinnen het verantwoord en geoorloofd therapeutisch handelen zich afspeelt, het managen van een beroepspraktijk, het verwerven van een therapeutische basishouding en de beroepsattitude.
- Ethiek in de gezondheidszorg: in de (geestelijke)gezondheidszorg vallen beslissingen die vérstrekkende gevolgen hebben voor het leven en sterven van mensen. Behandeld wordt het eigen karakter van de ethische vraagstellingen omtrent aard, oorsprong en doel van het menselijk leven, alsmede enkele begrippen en theorieën uit de toegepaste ethiek die betrekking hebben op leven en dood. De student oriënteert zich in de huidige stand van de ethische discussie rondom euthanasie en kwaliteit van leven en sterven.
Beroepsvoorbereidende vakken
Het beroepsgericht deel van
de opleiding, de beroepsvariant, bestaat uit specifieke onderdelen gericht op
het kunnen functioneren binnen instellingen van de geestelijke gezondheidszorg,
palliatieve zorg, vormingscentra en/of hospices, of een praktijk voor Zingeving
& Stervensbegeleiding
Het beroepsgerichte deel bestaat uit
- algemene praktische vorming: vaardigheden in de verschillende handelingsvelden van de praktijk worden ingeoefend,
- beroepsvoorbereidende vorming: verschillende specifieke onderdelen van de praktische vorming, gericht op het functioneren in een praktijk, komen aan de orde,
- stage: kennismaken met de handelingsvelden van de praktijk, praktijkstage, inter- en supervisie.
Afstudeerrichtingen
De opleiding zingeving &
spiritualiteit kent twee afstudeerrichtingen
- een vrije studierichting (VS): gericht op persoonlijke ontwikkeling en belangstelling voor zingeving en spiritualiteit,
- een vierjarige beroepenvariant (BV): die opleidt voor zingevingtherapeut en/of stervensbegeleider.
Welke afstudeervariant men ook kiest in beide gevallen volgt men een gemeenschappelijk basisprogramma van dertien vakken waarin de godsdienstwetenschappelijke-, de filosofische-, de sociaal-wetenschappelijke- en de psychologische disciplines in gelijke mate aan de orde komen.
Algemene doelstelling
Het doel van de opleiding zingeving
& spiritualiteit is het verkrijgen en ontwikkelen van kennis, inzicht, en
vaardigheden die noodzakelijk dan wel nuttig zijn om de functie van
zingevingtherapeut, psycho-sociaaltherapeut en/of stervensbegeleider in
instellingen van de geestelijke gezondheidszorg, palliatieve zorg,
vormingscentra of in eigen praktijk, op Hbo-niveau te kunnen vervullen.
Algemene eindtermen
Afgestudeerden van de studierichting
zingeving & spiritualiteit beschikken over:
- kennis, inzicht en vaardigheden in het toepassen van psychotherapeutische en wijsgerige methoden op de vraag naar zingeving en vormen van spiritualiteit,
- psychotherapeutische deskundigheid om de confrontatie met en heroriëntatie op zingevingvragen aan te gaan,
- kennis, inzicht en vaardigheden om patiënt of hulpvrager zijn existentiële groei- en ontwikkelingscrisis te boven te komen,
- kennis van een periodiserende en methodologische benadering van religie, religieuze bewegingen en vormen van spiritualiteit in relatie tot zingeving,
- kennis van en inzicht in psychosociale, psychotherapeutische en transcendente dimensies bij stervensbegeleiding en aspecten van het stervensproces,
- kennis en vaardigheden die nodig dan wel nuttig zijn voor het organiseren en/of geven van cursussen op het gebied van levensbeschouwing, zingeving en spiritualiteit.
Vertaling van de doelstellingen en eindtermen
De
eindtermen en doelstellingen zijn onderverdeeld in algemene en specifieke. De
algemene eindtermen en doelstellingen gelden voor ieder student en betreffen de
studierichting. De specifieke eindtermen en doelstellingen betreffen een module
van het betreffende vakgebied. Zij geven per module aan over welke kennis en
vaardigheden afgestudeerden dienen te beschikken.
