Religiestudies


Studieprogramma

Studenten volgen een algemeen kernprogramma dat bestaat uit de volgende vakgebieden:

  • Bijbelwetenschappen: aan de orde komen vragen rond het ontstaan van de bijbel als in de geschiedenis geworden literatuur. Kennismaken met enkele wetenschappelijke methoden van uitleg, interpretatie en benaderingswijzen.
  • Religiegeschiedenis: overzicht van het ontstaan en ontwikkeling van het christendom met een accent op de groei van deze religie tot wereldgodsdienst.
  • Sociale wetenschappen: besproken worden enkele belangrijke thema's op het gebied van godsdienst en samenleving. Bijzondere aandacht wordt besteed aan thema's als; godsdienst en samenleving, godsdienst en secularisatie en ethiek.
  • Filosofie: kennismaken met de geschiedenis van de filosofie, de grote periodes, de grondideeën en metafysica van de grote denkers.
  • Mystiek: behandeld wordt het gedachtegoed van een actueel thema op gebied van mystiek en spiritualiteit binnen de wereldreligies en samenleving.
  • Wereldgodsdiensten: de grote lijnen van de geschiedenis van het ontstaan en ontwikkeling van de grote wereldgodsdiensten en de wetenschappelijke benaderingen van deze geschiedenis komen aan de orde.  Aandacht wordt besteed aan het Jodendom, Hindoeïsme, Boeddhisme en de Islam.
  • Godsdienstpsychologie: aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de godsdienst- en analytische psychologie, de psychologische grondslag van de functies van religie, ontwikkelingspsychologie, humanistische- en transpersoonlijke psychologie en psychopathologie & geestelijke gezondheid (op welke wijze worden mensen gevormd en misvormd?).
  • Godsdienstwetenschappen: kennismaken met de uitgangspunten en de werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Bestudeerd worden de theologische, filosofische, psychologische en sociaal wetenschappelijke componenten van godsdiensten, godsbeelden, spiritualiteit en mensbeelden.
  • Filosofie: kennismaken met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities in denken worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. Behandeld worden grote periodes, grondideeën en thema's uit de metafysica die voor religie een bijzondere relevantie hebben.
  • Vergelijkende spiritualiteitstudies: het verkrijgen van kennis en inzicht in de relatie tussen de geleefde spiritualiteit en religieuze bewegingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.

Beroepsvoorbereidende vakken
Het beroepsgericht deel van de opleiding, de lerarenvariant, bestaat uit specifieke onderdelen gericht op het functioneren in de praktijk van de docent levensbeschouwing in het voortgezet onderwijs.
Algemene onderwijskunde; kennisnemen van de belangrijkste leertheorieën en leerproblemen.
Vakdidactiek; vaardigheden in verschillende werkvormen. mediagebruik en onderwijsleerprocessen worden ingeoefend.
Onderwijspraktijk (stage); kennismaken met de verschillende handelingsvelden van de schoolpraktijk, praktijkstage

Afstudeerrichtingen
De opleiding Religiestudies kent drie afstudeerrichtingen:
een vrije studierichting (VS); gericht op persoonlijke ontwikkeling en belangstelling voor religies en religieuze stromingen,
een algemene beroepenvariant (BV) gericht op functies in de media, (semi)overheid, bedrijfsleven, pastoraat of maatschappelijke organisaties.
een lerarenvariant (LV); die opleidt voor docent levensbeschouwing in het voorgezet onderwijs op tweedegraads niveau.

Welke afstudeervariant men ook kiest in beide gevallen volgt men een gemeenschappelijk basisprogramma van tien vakken waarin de godsdienstwetenschappelijke, de religieuze, de filosofische, de sociaal-wetenschappelijke en de sociaal-psychologische disciplines in gelijke mate aan de orde komen.

Algemene doelstelling
De opleiding Religiestudies heeft tot doel studenten de kennis, inzicht en vaardigheden bij te brengen die voor een wetenschappelijke bestudering van religies en levensbeschouwingen in de historische en actuele context noodzakelijk dan wel nuttig zijn. Thematisch ligt daarbij het accent op de zogenaamde grote wereldgodsdiensten (hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom en islam) en de (nieuwe)religieuze bewegingen. Methodisch kenmerkt de opleiding zich door een combinatie van cultuurhistorische, godsdienstpsychologische, filosofische en sociaal-wetenschappelijke benaderingen.

Samenvattend heeft de opleiding Religiestudies tot doel de student in staat te stellen de competenties te verwerven die noodzakelijk of nuttig zijn om na het behalen van het Hbo-bachelor-examen werkzaam te zijn in een maatschappelijke functie waarvoor een Hbo opleiding vereist dan wel wenselijk is en waardoor kennis van godsdienstwetenschappen noodzakelijk dan wel nuttig is.

Algemene eindtermen
Afgestudeerden van de studierichting Religiestudies beschikken over:

Kennis van en inzicht in de geschiedenis en de actuele situatie van het hindoeïsme, boeddhisme, jodendom, christendom en islam,
de godsdienstige stromingen binnen genoemde godsdiensten en religieuze bewegingen;
Kennis van de methoden, theorieën en problemen op het gebied van theologie en godsdienstwetenschap;

  • Vaardigheid in het toepassen van historische, sociaal-wetenschappelijke, psychologische en wijsgerige methoden op godsdienstwetenschappelijke problemen;
  • Algemene en specifieke kennis van de methoden, theorieën en problemen van meerdere onderdelen van de godsdienstwetenschap; de godsdienstpsychologie, de godsdienstantropologie, de godsdienstfilosofie, de godsdienstsociologie en ethiek
  • Zodanige kennis en inzicht in de godsdienstwetenschappelijke gehanteerde begrippen en methoden dat zij in staat zijn godsdienstige conflicten en problemen te onderkennen, een conclusie te kunnen vormen en oplossingen aan te kunnen reiken voor de organisatie waarbinnen de godsdienstwetenschapper werkt;
  • Het vermogen om genoemde kennis en inzicht toe te passen in de analyse en interpretatie van cultureel-maatschappelijke vraagstukken die door de godsdienstige en levensbeschouwelijke verscheidenheid worden gekenmerkt.

Vertaling van de doelstellingen en eindtermen
De eindtermen en doelstellingen zijn onderverdeeld in algemene en specifieke. De algemene eindtermen en doelstellingen gelden voor ieder student en betreffen de studierichting. De specifieke eindtermen en doelstellingen betreffen een module van het betreffende vakgebied. Zij geven per module aan over welke kennis en vaardigheden afgestudeerden dienen te beschikken.