Master spiritualiteit
Pré-master
Studenten met een afgeronde niet-theologische WO- of HBO-vooropleiding dienen deficiënties aan te
vullen door het volgen van een prè-master van 60 ECTS.
Het prè-master traject bestaat uit onderdelen van de bachelor Religiestudies, Geestelijke Begeleiding
en Zingeving & Spiritualiteit.
De studieadviseur kan meer informatie verstrekken en eventueel een individueel studietraject
opstellen. Dit behoeft goedkeuring van de examencommissie.
Studenten die menen in aanmerking te komen voor vrijstelling van onderdelen uit de prè-master
kunnen via een daartoe bestemd formulier, verkrijgbaar bij het secretariaat, een verzoek tot vrijstelling
indienen bij de examencommissie. Indien nodig zal de examencommissie betreffende
vakdocenten raadplegen.
Examenprogramma pré-master
WERELDGODSDIENSTENBehandeld worden de grote lijnen van de ontstaansgeschiedenis van de wereldgodsdiensten en de wetenschappelijke benaderingen van deze geschiedenis.
| Module | : | Jodendom (P1WGO1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. C.J. den Heyer |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de fundamentele gegevens m.b.t. het ontstaan en ontwikkeling van het jodendom. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de literair-historische bronnen van de joodse traditie, de geschiedenis van het joodse volk, de leer, de religieuze geschriften en de geloofspraktijk. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. Bijwonen van een dienst in een Utrechtse synagoge en/of
bezoek aan het Joods-historisch museum. |
| Toetsvorm | : | Take-home tentamen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- N. Smart, Godsdiensten van de wereld Kampen, 2003
b) Aanbevolen:
- R.C. Musaph-Andriesse, Wat na de Tora kwam; Rabbijnse lite
ratuur van Tora tot Kabbala Baarn, 1992
- I. Abram, Joodse identiteit Kampen, 1993
|
| Module | : | Islam (P1WG2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.J.G. Jansen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de hoofdlijnen van de ontstaansgeschiedenis en expansie van de Islam en zijn belangrijkste religieuze stromingen. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de ontstaansgeschiedenis, expansie en aspiraties, de figuur van Mohammed en de koran, de verschillende religieuze richtingen en de religieuze praktijken (de sharia). Bijzondere aandacht wordt besteed aan de verschillende aspecten van het islamitische fundamentalisme. Daarnaast wordt de relatie tot het jodendom, het christendom en de niet-moslims in het algemeen besproken. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J.J.G. Jansen, Nieuwe inleiding tot de Islam Hilversum, 2006
- N. Smart, Godsdiensten van de wereld Kampen, 2003
b) Aanbevolen:
- J.J.G. Jansen, Islam voor varkens, apen en andere beesten. Amsterdam, 2008
- J. Waardenburg, Islam, norm, ideaal en werkelijkheid. Weesp, 1994
- J. Rath, Nederland en zijn islam: een ontzuilende samenleving
reageert op het ontstaan van een geloofsgemeenschap. Amsterdam, Het Spinhuis, 1996
- J. Waardenburg, Islam, norm, ideaal en werkelijkheid. Weesp, 1994
|
| Module | : | Wijsheid uit het Oosten (P1WGO3)
Hindoeïsme, Boeddhisme, Confucianisme en Taoïsme |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de belangrijkste noties en de historisch-systematische situering van de Oosterse filosofie en het denken over de mens. Elementaire kennis van de ontstaansgeschiedenis van het Hindoeïsme en Boeddhisme en het levensverhaal van Boeddha. Inleidende kennis van het Confucianisme en het Taoïsme. |
| Inhoud | : | Overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het Hindoeïsme en Boeddhisme; de historische ontwikkelingen, de religieuze concepten, godengestalten en religieuze praktijken. Bij de behandeling van het Boeddhisme wordt aandacht besteed aan Boeddha%u2019s verlossingsleer en de daarin voorkomende leringen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het Confucianisme en het Taoïsme. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Take-home tentamen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- N. Smart, Godsdiensten van de wereld Kampen, 2003
- Reader, Wijsheid uit het Oosten (H. Boswinkel) [?]
b) Aanbevolen:
- A. Nugteren, Hindoeïsme. Heden en verleden Leuven/Apeldoorn, 1992
- L.P. van den Bosch, Inleiding in het Hindoeïsme
(katern Levende Godsdiensten 1, 2) Kampen, 1990
- A.M.C. van Dijk, Hindoeïsme in Nederland Damon, 1999
- M. van den Boom & L.. Minnema, Boeddhisme Kampen, 2000
- J. Bor en K. van de Leeuw, 25 eeuwen Oosterse filosofie Amsterdam, 2003
|
GODSDIENSTWETENSCHAPPENHet verkrijgen van kennis en inzicht van de gehanteerde begrippen, uitgangspunten en werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Kennis van en inzicht in de verbanden tussen theologische, filosofische, psychologische en sociaal wetenschappelijke studie van godsdiensten. Bestudeerd worden godsbeelden, godsdienstige stromingen en mens- en godsbeelden.
| Module | : | Inleiding godsdienstwetenschappen (P1GW1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Studenten maken kennis met het begrippenkader, de disciplines en ontwerpen van
theologie en godsdienstwetenschap die te duiden zijn in godsdiensthistorische,
godsdienstfenomenologische, godsdienstpsychologische en godsdienstsociolo-
gische context. Inleidende kennis van een aantal vormen en posities van theologie
en enkele theologische ontwerpen, interpretatie en benaderingswijzen. Bijzondere
aandacht wordt geschonken aan de vraag wat is Theologie (de theologische
disciplines) en wat is Godsdienstwetenschap. |
| Inhoud | : | kennismaken met het object, de methoden en ontwerp van theologie en
godsdienstwetenschappen zoals; de geschiedenis, de stromingen, de disciplines van
dit vak en de verhouding van dit vak tot andere vakken die godsdienst bestuderen. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - J.D.J. Waardenburg, Religie onder de loep. Systematische inleiding in de
godsdienstwetenschap Baarn, 1990 (of reader)
- H. Vroom, Religies en de waarheid (reader verkrijgbaar) Kampen, 1988
|
GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM Overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het christendom met het accent op de groei van deze religie tot wereldgodsdienst. Inzicht in de positie van de kerkgeschiedenis als onderdeel van de godsdienstwetenschappen. Aan de orde komen de belangrijkste achtergronden en inhouden van de geschiedenis van de (oude) kerk en Christendom. Aandacht zal (o.a.) worden besteed aan: Ketterse bewegingen, Dogmageschiedenis, het Protestantisme, de Catholica, de Reformatie en Contra-reformatie.
| Module | : | Vroeg Christendom (P1KG1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. J.L.M. van Schaik |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de ontwikkeling van de Jezusbeweging
(als een intern-joodse beweging), naar het christendom en de belangrijkste
achtergronden en inhouden van de geschiedenis van het christendom en de
oude kerk. |
| Inhoud | : | kennis wordt gemaakt met de ontwikkeling van het vroege christendom, hoe de
christelijk kerk zich verhouden heeft tot het jodendom, hoe het dogma zich
ontwikkeld heeft en hoe de kerkelijke structuur ontstaan is. Hierbij zal de theologie
van de kerkvaders in hoofdlijnen onder de aandacht worden gebracht.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de Apocriefe geschriften en teksten van de
vroege kerk. |
| Werkvormen | : | De grote lijnen worden in hoor- en discussiecolleges besproken. De studenten
werken enkele details zelf uit en presenteren hun bevindingen in korte referaten |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- P. Nissen en N. van den Akker, Wegen en dwarswegen.Tweeduizend jaar
christendom in hoofdlijnen. Amsterdam, 1999
- A.F.J. Klijn (red.), Apocriefen van het Nieuwe Testament, deel I en II. Kampen, 1985
b) Aanbevolen:
- A.F.J. Klijn, Apocriefe openbaringen, orakels en brieven. Buitenbijbelse
aanvullingen op het nieuwe testament Baarn, 2001
- A.F.J. Klijn, Apocriefe handelingen van de apostelen. Buitenbijbelse verhalen uit
de vroege kerk Baarn, 2001
- M. Borg (red.), Het verloren evangelie Zoetermeer 1997
- R. Stark, De eerste eeuwen. Een sociologische visie op het ontstaan van het
christendom Baarn, 1998
- Chris Lorenz, De constructie van het verleden Amsterdam, 1998
|
FILOSOFIEWe maken kennis met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. We behandelen grote periodes, grondideeën en thema’s uit de metafysica die voor religie en theologie een bijzondere relevantie hebben.
| Module | : | Inleiding wijsbegeerte (P1FIL1) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | De studenten maken kennis met de elementaire vragen en begrippen van de wijsbegeerte en verkrijgen kennis van het begrip ontologie. |
| Inhoud | : | Inleiding in wijsgerige begrippen zoals; wat is filosofie, wat is wijsheid en wat is kennis. Aan de orden komen (o.a.) thematieken van de algemene zijnsleer (ontologie) en de formele logica van Aristoteles. Behandeld worden de pre-socraten, Socrates, Plato, Aristoteles, Hellenisme, de Stoa en het Neo-platonisme. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Take-home tentamen. |
| Literatuur | : | - H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie Utrecht, 2000
- C. Vergeer, Eerste vragen over de Griekse filosofie. Nijmegen, 1990
|
VERGELIJKENDE SPIRITUALITEITSTUDIESWe bestuderen de relatie tussen de geleefde spiritualiteit en vormen van spiritualiteit binnen religieuze bewegingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
| Module | : | Spiritualiteit in de moderne samenleving (1VSS1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. L. Meiling |
| Doelstelling | : | Studenten verkrijgen inleidende kennis van het begrip spiritualiteit en inzicht in vormen van spiritualiteit binnen een geseculariseerde samenleving. |
| Inhoud | : | In een geseculariseerde samenleving zijn verschillende vormen te vinden die zich laten duiden als spiritueel. Spiritualiteit lijkt te verschijnen waar geconstitutioneerde religie verdwijnt. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Take-home tentamen. |
| Literatuur | : | - H. Nouwen, Open uw hart. De weg naar onszelf, de ander en
God 2006 (6e druk)
- C. Verhoeven, Het alziend oog, essays over spiritualiteit en
tijdgeest. Best, 1999
- A. Roothaan, Spiritualiteit begrijpen. Een filosofische inleiding. Amsterdam, 2007
- Reader (L. Meiling), [?] [?]
|
PARAPSYCHOLOGIEAandacht wordt besteed aan het onderzoek naar vermogens, verschijnselen en waarnemingsvormen die niet met de normale zintuiglijkheid te verklaren zijn en die zich niet zo makkelijk lijken in te passen in het klassieke natuurwetenschappelijke denken.
| Module | : | Inleiding Parapsychologie (P1PPS1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van de historie, de achtergrond en ontwikkeling van de parapsychologie als wetenschap en het experimenteel wetenschappelijk onderzoek. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan het ontstaan, de geschiedenis en recente ontwikkelingen van de parapsychologie als wetenschappelijke discipline. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling in Nederland. Achtereenvolgend behandelen we: het spiritisme, helderziendheid in ruimte en tijd, telepathie, psychokinese en z.g.n. (geest)verschijningen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 60 minuten |
| Literatuur | : | - R.S. Broughton, Parapsychologie. Een wetenschap in beweging Deventer, 1995
- Reader, Inleiding parapsychologie (H. Boswinkel) [?]
|
MYSTIEK De mystieke traditie geeft vorm aan de beschrijving van het proces dat aan de
taal voorbijligt: het ervaren van de afstand tot God en het streven om deze afstand te overbruggen. Mystiek is etymologisch het verborgene. Hoe en waarom dan ook. Waar het verborgene ontbreekt, ontbreekt ook de mystiek. Het verschijnsel is echter zo breed en diep dat het zich door geen begrip laat omvatten.
| Module | : | Inleiding mystiek (P1MS1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | dr. J.L.M. van Schaik |
| Doelstelling | : | De studenten verkrijgen kennis van en inzicht in de mystiek als fenomenologisch
verschijnsel en historisch gegeven. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan de mystieke traditie in het Jodendom, het
Christendom en de Islam. Aan de orde komen Bernardus van Clairvaux, Hildegard
van Bingen, Hadewijch, Jan van Ruusbroec en Theresia van Avila. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | huiswerkopdracht. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J. Baers, G. Brinkman et. al., Encyclopedie van de mystiek.
Fundamenten, tradities, perspectieven. Kampen, 2003
- Reader, Middeleeuwse mystiek (J.L.M. van Schaik) [?]
b) Aanbevolen:
- Meister Eckhart, Preken en traktaten Groningen, 2009
- P. Mommaers, Wat is mystiek Nijmegen/Brugge, 1977
- J.L.M. van Schaik (red.), Mystiek in onze tijd Zeist, 1993
- J.L.M. van Schaik (red.), In het hart is Hij te vinden. Een
geschiedenis van de christelijke mystiek. Zeist, 2005
- J. Slavenburg, Mystiek en spiritualiteit. Een reis door het tijdloze. Deventer, 1994
|
PRAKTISCHE SPIRITUALITEITStudenten maken kennis met de verschillende handelingsvelden van de praktische spiritualiteit zoals het
lezen en schrijven van een spirituele autobiografie en levensbalans, de religieuze ervaring en de quidditeit
van de begrippen astronomie/astrologie.
| Module | : | De spirituele (auto)biografie (P1PSP1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. W. Smeets |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis en inzicht in de aard van de eigen identiteit, levensbeschouwing en spiritualiteit. Het lezen en schrijven van een spirituele autobiografie en levensbalans. |
| Inhoud | : | Bij een autobiografie staat het levensverhaal centraal. Zij helpt mensen te achterhalen welke de zin en samenhang is in hun levensloop zodat zij zichzelf met nieuwe ogen kunnen zien en hun identiteit kunnen herijken. De vraag wordt gesteld hoe de zingevingtherapeut kan bijdragen aan het ontdekken van een verband in gebeurtenissen en ervaringen gedurende het geleefde leven. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen., [?] [?]
|