Studenten volgen een kernprogramma dat bestaat uit de volgende vakgebieden:
Bijbelwetenschappen: aan de orde komen vragen rond het ontstaan van het Oude en Nieuwe Testament als in de geschiedenis geworden literatuur en de wereld waarin de schrijvers leefden.
Wereldgodsdiensten: behandeld worden de grote lijnen van de geschiedenis van de godsdiensten der mensheid en de wetenschappelijke benaderingen van deze geschiedenis. Aandacht wordt besteed aan het Jodendom, Christendom, Hindoeïsme, Boeddhisme en de Islam.
Geschiedenis van het chrjstendom: Overzicht van de geschiedenis van het christendom met een accent op de groei van deze religie tot wereldgodsdienst. Psychologie: aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de godsdienst- en analytische psychologie, de psychologische grondslag van de functies van religie, ontwikkelingspsychologie en psychopathologie (op welke wijze worden mensen gevormd en misvormd?).
Godsdienstwetenschappen: kennismaken met de uitgangspunten en de werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Bestudeerd worden godsdienstige stromingen, mens- en godsbeelden.
Therapeutische gespreksvoering: het verkrijgen van kennis en inzicht in de toepassingsmogelijkheden van therapeutische gespreksvoering in het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg.
Filosofie: we maken kennis met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities in denken worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. Behandeld worden grote periodes, grondideeën en thema's uit de metafysica die voor theologie en geestelijke begeleiding een bijzondere relevantie hebben.
Vergelijkende spiritualiteitstudies: kennismaken met de verschillende vormen van spiritualiteit binnen religieuze bewegingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de religieuze ervaring en het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
Stervensbegeleiding: aandacht wordt besteed aan het begeleiden van stervenden en de aspecten van het stervensproces. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de rituelen bij het sterven en de palliatieve begeleiding.
Ethiek in de gezondheidszorg: In de (geestelijke)gezondheidszorg vallen beslissingen die vérstrekkende gevolgen hebben voor het leven en sterven van mensen. Behandeld wordt het eigen karakter van de ethische vraagstellingen omtrent aard, oorsprong en doel van het menselijk leven, alsmede enkele begrippen en theorieën uit de toegepaste ethiek die betrekking hebben op leven en dood. De student oriënteert zich in de huidige stand van de medisch-ethische discussies en theorieën rondom dilemma's in de gezondheidszorg.
Beroepsvoorbereidende vakken Het beroepsgericht deel van de opleiding bestaat uit specifieke onderdelen gericht op het kunnen functioneren binnen instellingen van de geestelijke gezondheidszorg, palliatieve zorg, vormingscentra en/of hospices. Het beroepsgerichte deel bestaat uit:
algemene praktische vorming: vaardigheden in de verschillende handelingsvelden van de praktijk worden ingeoefend,
beroepsvoorbereidende vorming: verschillende specifieke onderdelen van de praktische vorming, gericht op het functioneren van de geestelijke begeleider in de gezondheidszorg komen aan de orde,
Praktijkstage: kennismaken met de handelingsvelden van de praktijk, inter- en groepssupervisie.
Algemene doelstelling De opleiding Geestelijke Begeleiding heeft ten doel het ontwikkelen van kennis, inzicht en vaardigheden die noodzakelijk dan wel nuttig zijn om de functie van geestelijk begeleider in instellingen van de geestelijke gezondheidszorg op Hbo-niveau te kunnen vervullen.
Algemene eindtermen Afgestudeerden van de studierichting Geestelijke Begeleiding beschikken over: kennis en inzicht in de complexe organisatie waarbinnen de geestelijke begeleider werkt;
kennis van de cultuur en het discours van relevante beroepsgroepen die binnen deze werkgemeenschap aanwezig zijn;
kennis van de taalvelden m.b.t. ziekte, dood, gezondheid en lijden vanuit historisch, filosofisch, psychologisch, theologisch en medisch-ethisch perspectief;
kennis, inzicht en vaardigheden in het toepassen van psychotherapeutische en wijsgerige methoden bij stervensbegeleiding en aspecten van het stervensproces;
Inzicht in de plaats en taak van de geestelijk begeleider in een pluralistische samenleving en het vermogen over die plaats en taak te reflecteren vanuit genoemde kennis en inzicht.
Vertaling van de doelstellingen en eindtermen De eindtermen en doelstellingen zijn onderverdeeld in algemene en specifieke. De algemene eindtermen en doelstellingen gelden voor ieder student en betreffen de studierichting. De specifieke eindtermen en doelstellingen betreffen een module van het betreffende vakgebied. Zij geven per module aan over welke kennis en vaardigheden afgestudeerden dienen te beschikken.