Geestelijke Begeleiding


Propedeuse


Het propedeutisch jaar is oriënterend, motiverend en selecterend van karakter. Oriëntatie op de studie wordt geboden doordat de vakinhouden en onderwijsvormen representatief zijn voor de verdere studie. De propedeuse bestaat geheel uit verplichte onderdelen.

Examenprogramma propedeuse

 WERELDGODSDIENSTEN
Behandeld worden de grote lijnen van de ontstaansgeschiedenis van de grote wereldgodsdiensten en de wetenschappelijke benaderingen van deze geschiedenis.
Module:Jodendom (1WG01)
Omvang:6 EC
Docent:Prof. dr. C.J. den Heyer
Doelstelling:De student verkrijgt kennis van en inzicht in de fundamentele gegevens m.b.t. het ontstaan en ontwikkeling van het jodendom.
Inhoud:Aandacht wordt besteed aan de literair-historische bronnen, de geschiedenis, de leer, de religieuze geschriften en de geloofspraktijk.
Werkvormen:Hoor- en werkcollege. Bijwonen van een dienst in een Utrechtse synagoge en/of bezoek aan het Joods-historisch museum.
Toetsvorm:Schriftelijk tentamen van 100 minuten.
Literatuur:
  • N. Smart, Godsdiensten van de wereld. Kampen, 2003;
  • R.C. Musaph-Andriesse, Wat na de Tora kwam; Rabbijnse literatuur van Tora tot Kabbala. Baarn, 1992;
  • I. Abram, Joodse identiteit. Kampen, 1993.
 GODSDIENSTWETENSCHAPPEN
Het verkrijgen van kennis en inzicht van de gehanteerde begrippen, uitgangspunten en werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Kennis van en inzicht in de verbanden tussen theologische, filosofische, psychologische en sociaal wetenschappelijke studie van godsdiensten. Bestudeerd worden godsdienstige stromingen, mens- en godsbeelden.
Module:Inleiding godsdienstwetenschappen (1GW1)
Omvang:6 EC
Docent:drs. H. Boswinkel
Doelstelling:Studenten maken kennis met het begrippenkader van theologie en godsdienstwetenschap, ontwerpen van theologie en de antwoorden die theologen en sociale wetenschappers kunnen geven met betrekking tot de godsvraag in een moderne maatschappij.
Inhoud:Kennismaken met het object en de methoden van de godsdienstwetenschappen en de verhouding van dit vak tot andere vakken die godsdienst bestuderen. Aandacht wordt besteed aan de disciplines van theologie en godsdienstwetenschap en de wijzen waarop met de godsvraag in de geseculariseerde maatschappij wordt omgegaan.
Werkvormen:Hoor- discussie- en werkcollege.
Toetsvorm:Take-home tentamen.
Literatuur:
  • J.D.J. Waardenburg, Religie onder de loep. Systematische inleiding in de godsdienstwetenschap. Kampen, 1990
  • H. Vroom, Religies en de waarheid (reader verkrijgbaar). Kampen, 1988;
 BIJBELWETENSCHAPPEN
Aan de orde komen vragen rond het ontstaan van het Oude- en Nieuwe Testament als in de geschiedenis geworden literatuur. In het bijzonder; de geloofsinhoud, de geloofspraktijk en de religieuze geschriften. De student maakt kennis met enkele wetenschappelijke methoden van uitleg, interpretatie en benaderingswijzen.
Module:Oude Testament 1 (1BW1)
Omvang:6 EC
Docent:Prof. dr. C.J. den Heyer
Doelstelling:Het verkrijgen van elementaire kennis van de geschriften van het Oude Testament.
Inhoud:Studenten maken kennis met de ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament, enkele wetenschappelijke methoden van uitleg, interpretatie modellen en benaderingswijzen.
Werkvormen:Hoor- en werkcollege met ruimte voor eigen inbreng.
Toetsvorm:Door docent nader te bepalen
Literatuur:
  • Bijbelvertaling naar keuze, [?] [?]
  • H. Jagersma en M. Vervenne (red.), Inleiding in het Oude Testament Kampen, 1992;
  • A.S. van der Woude (red.), Bijbels Handboek deel 2a Kampen, 1990
 GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOM
Overzicht van de geschiedenis van het christendom met een accent op de groei van deze religie tot wereldgodsdienst. Inzicht in de positie van kerkgeschiedenis als onderdeel van de godsdienstwetenschap. Behandeld worden de belangrijkste achtergronden en inhouden van de geschiedenis van de (oude) kerk en Christendom. In het bijzonder zal aandacht besteed worden aan: Ketterse bewegingen, Dogmageschiedenis, het Protestantisme, de Catholica, de Reformatie en de Contra-reformatie.
Module:Vroeg Christendom (1KG1)
Omvang:6 EC
Docent:Dr. J. van Schaik
Doelstelling:De student verkrijgt kennis van en inzicht in de ontwikkeling van de Jezusbeweging als een intern-joodse beweging), naar het christendom en wereldgodsdienst en de achtergronden en inhouden van de geschiedenis van het christendom en de oude kerk.
Inhoud:kennis wordt gemaakt met de ontwikkeling van het vroege christendom, hoe de christelijk kerk zich verhouden heeft tot het jodendom, hoe het dogma zich ontwikkeld heeft en hoe de kerkelijke structuur ontstaan is. Hierbij zal de theologie van de kerkvaders in hoofdlijnen onder de aandacht worden gebracht. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de ontwikkeling en de methodische problemen van het vak Kerkgeschiedenis als een van de klassieke theologische disciplines.
Werkvormen:De grote lijnen worden in hoor- en discussiecolleges besproken. De studenten werken enkele details zelf uit en presenteren hun bevindingen in korte referaten.
Literatuur:
  • P. Nissen en N. van den Akker, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar christendom in hoofdlijnen Amsterdam, 1999
  • R. Stark, De eerste eeuwen. Een sociologische visie op het ontstaan vanhet christendom Baarn, 1998
  • Chris Lorenz, De constructie van het verleden Amsterdam, 1998
  • G.P. Luttikhuizen, De veelvormigheid van het vroegste Christendom Delft 2002, of Tijdschrift voor Theologie, nr. 36 (1996), blz. 331-347;
 VERGELIJKENDE SPIRITUALITEITSTUDIES
De studenten maken kennis met de verschillende vormen van spiritualiteit en de relatie tussen de geleefde spiritualiteit en vormen van spiritualiteit binnen religieuze bewegingen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de gnostiek en het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
Module:Spiritualiteit in de moderne samenleving (1VSS1)
Omvang:6 EC
Docent:Dra. L. Meiling
Doelstelling:Studenten verkrijgen inleidende kennis van het begrip spiritualiteit en inzicht in vormen van spiritualiteit binnen een geseculariseerde samenleving.
Inhoud:In een geseculariseerde samenleving zijn verschillende vormen te vinden die zich laten duiden als spiritueel. Spiritualiteit lijkt te verschijnen waar geconstitutioneerde religie verdwijnt.
Werkvormen:Hoor- en discussiecollege.
Toetsvorm:Take-home tentamen.
Literatuur:
  • H. Nouwen, Open uw hart. De weg naar onszelf, de ander en God. Kampen, 2006 (6e druk)
  • C. Verhoeven, Het alziend oog, essays over spiritualiteit en tijdgeest Best, 1999
  • A. Roothaan, Spiritualiteit begrijpen. Een filosofische inleiding. Amsterdam, 2007
  • Reader (L. Meiling), [?] [?]
 FILOSOFIE
We maken kennis met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. We behandelen grote periodes, grondideeën en thema's uit de filosofie en metafysica die voor religie en theologie een bijzondere relevantie hebben.
Module:Inleiding wijsbegeerte (1FIL1)
Omvang:6 EC
Docent:Dr. H. van Dongen
Doelstelling:De studenten maken kennis met de elementaire vragen en begrippen van de wijsbegeerte en verkrijgen kennis van het begrip ontologie.
Inhoud:Inleiding in wijsgerige begrippen zoals; wat is filosofie, wat is wijsheid en wat is kennis. Aan de orden komen (o.a.) thematieken van de algemene zijnsleer (ontologie) en de formele logica van Aristoteles. Behandeld worden de pre-socraten, Socrates, Plato, Aristoteles, Hellenisme, de Stoa en het Neo-platonisme.
Werkvormen:Hoor- en discussiecollege.
Toetsvorm:Take-home tentamen.
Literatuur:
  • H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie Utrecht, 2000
  • C. Vergeer, Eerste vragen over de Griekse filosofie Nijmegen, 1990
 ETHIEK IN DE GEZONDHEIDSZORG
In de (geestelijke)gezondheidszorg vallen beslissingen die vérstrekkende gevolgen hebben voor het leven en sterven van mensen. Behandeld wordt het eigen karakter van de ethische vraagstellingen omtrent aard en doel van het menselijk leven, alsmede enkele begrippen en theorieën uit de toegepaste ethiek die betrekking hebben op leven en dood. De student oriënteert zich in de huidige stand van de medisch- ethische discussies en theorieën rondom dilemma's in de gezondheidszorg.
Module:Wijsgerige ethiek (1EGZ1)
Omvang:6 EC
Docent:Prof. dr. J.P. Wils
Doelstelling:De student verkrijgt elementaire kennis van en inzicht in de begrippen en theorieën van de filosofische ethiek.
Inhoud:In de discussie over morele problemen spelen allerlei begrippen en argumenten een rol die hun achtergrond vinden in ethische theorieën uit het verleden en heden. In dit college behandelen we de hoofdlijnen van de historische ontwikkelingen van de ethiek en de daarmee samenhangende vraag naar de mogelijkheid van ethiek als wetenschap. Aandacht wordt besteed aan de deugden-ethiek van Aristoteles, de Stoïcijnse ethiek en de kenleer en ethiek van Immanuel Kant
Werkvormen:hoor- en discussiecollege.
Toetsvorm:Door docent nader te bepalen
Literatuur:
  • H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie Utrecht, 2000. Deel 2, pgs. 9-59.
  • P.J. Zwart, De achtergronden van de moraal Assen, 1996
 PSYCHOLOGIE
Aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de godsdienst- en analytische psychologie. Thema's die o.a. aan de orde komen zijn: de psychologische grondslag van de functies van religie, Jungiaanse psychologie, ontwikkelingspsychologie en humanistische psychologie.
Module:Ontwikkelingspsychologie (1PSY1)
Omvang:6 EC
Docent:Drs. J.A. Mink
Doelstelling:De student verkrijgt elementaire kennis van enkele belangrijke begrippen van de ontwikkelingspsychologie
Inhoud:Aandacht wordt besteed aan enkele psychodynamische, cognitieve en comtemplatief-psychologische visies op (religieuze) ontwikkeling en levensfasen van de mens. Bestudeerd worden stadia in de menselijke levensloop, ontwikkelingsstoornissen en de betekenis van levensbeschouwing. In het bijzonder staan de visies van Erikson en Piaget centraal.
Werkvormen:Hoor- en discussiecollege.
Toetsvorm:Het maken van een werkstuk met een omvang van 5 pgs. excl.
Literatuur:
  • L. Rooijendijk, L. Dijt, A. Wijers, De mens in thema%u2019s; een thema tische behandeling van de menselijke levensloop Baarn, 1998
  • J. Verhulst, Algemene psychologie voor de gezondheidszorg Groningen, 1995, pgs. 181 %u2013 223
 THERAPEUTISCHE GESPREKSVOERING
De student verkrijgt kennis en inzicht in de toepassingsmogelijkheden van therapeutische gespreksvoering in het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg. Aan de orde komen (o.a.) de theorie rondom feedback, observatie en gespreksvaardigheden. Rollenspelen, gespreksvorm, opdrachtvorm.
Module:Gespreksvaardigheden (1TGV1)
Omvang:6 EC
Docent:Drs. H. Rost
Doelstelling:Het verkrijgen van kennis, inzicht en vaardigheden in aspecten van menselijke communicatie, observatie en groepsdynamica.
Inhoud:Aandacht wordt besteed aan de belangrijkste psychologische aspecten van communicatie in samenhang met het communicatiemodel zoals het kunnen geven en ontvangen van feedback, non-verbaal gedrag, kunnen observeren en interpreteren, een groepsgesprek kunnen leiden. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het begrip congruentie van C. Rogers en het kernkwadraat van D. Ofman.
Werkvormen:Practicum; rollenspel en gespreksvormen.
Toetsvorm:Werkstuk
Literatuur:
  • G. Lang & H.T. van der Molen, Psychologische gespreksvoering; een basis voor hulpverlening Baarn, 1997
 PRACTICUM GEESTELIJKE BEGELEIDING
De studenten verkrijgen kennis van en vaardigheden in de verschillende handelingsvelden van de geestelijke begeleiding in de gezondheidszorg.
Module:Existentiële en spirituele thema%u2019s (1PGB1)
Omvang:5 EC
Docent:drs. A. van Buuren
Doelstelling:De student maakt kennis met de verschillende wijzen waarop in het praktijkdomein wordt omgegaan met het verschijnsel geleefde spiritualiteit en vormen van interactie tussen spiritualiteit en existentie.
Inhoud:Bij geestelijke begeleiding staat het levensverhaal centraal. Zij helpt mensen te achterhalen welke de zin en samenhang is in hun levensloop zodat zij zichzelf met nieuwe ogen kunnen zien en hun identiteit kunnen herijken. De vraag wordt gesteld hoe de geestelijke begeleider kan bijdragen aan het ontdekken van een verband in gebeurtenissen en ervaringen gedurende het geleefde leven. Aandacht wordt besteed aan het tot stand komen van het zelfbeeld, het beeld van de ander en het identificeren van aspecten die het onderlinge gesprek kunnen belemmeren of bevorderen. Confrontatie met (religieuze)ervaringen en theologische posities van studenten en medestudenten door het lezen en schrijven van een spirituele autobiografie en levensbalans.
Werkvormen:hoor- en werkcollege met ruimte voor eigen inbreng
Toetsvorm:referaat
Literatuur:
  • Th. De Boer, De hemel weet hoe. Over spiritualiteit en rationaliteit%u2019 Nijmegen, 1999
  • H. Nouwen, Leven met een visioen. De drie wegen van spiritualiteit Amsterdam, 1987
  • C. Verhoeven, Het alziend oog. Essays over spiritualiteit en tijdgeest Best, 1999