Geestelijke Begeleiding
Hoofdfase
De hoofdfase van de opleiding Geestelijke Begeleiding wordt gevormd door het 2e, 3e en 4e studiejaar.
Studieprogramma hoofdfase
WERELDGODSDIENSTEN Behandeld worden de grote lijnen van de ontstaansgeschiedenis van de grote wereldgodsdiensten en de wetenschappelijke benaderingen van deze geschiedenis.
| Module | : | Christendom (2WGO2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. C.J. den Heyer |
| Doelstelling | : | De student maakt kennis met de wijze van ontstaan en ontwikkeling van het Christendom |
| Inhoud | : | Het Nieuwe Testament: inleiding in de Handelingen der Apostelen, de Paulinische briefliteratuur, Paulus en zijn gemeente, de Jeruzalemse Gemeente en de briefvorm. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Werkstuk. |
| Literatuur | : | - Bijbelvertaling naar keuze;, [?] [?]
- G. Bouwman, De weg van het woord. Het woord van de weg Baarn, 1985
- A.F.J. Klijn, Inleiding tot de studie van het Nieuwe Testament Kampen, 1982
- C.J. den Heyer, Paulus. Man van twee werelden Zoetermeer, 1998
- G.P. Luttikhuizen, Op zoek naar de samenhang van Paulus%u2019 gedachten Kampen, 1990
|
| Module | : | Hindoe%uFFFDsme / Boeddhisme (3WGO3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. C.J. den Heyer |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van elementaire kennis van de hoofdlijnen van de geschiedenis van het hindoeïsme en boeddhisme en het levensverhaal van Boeddha. Inleidende kennis van de geschriften, de praktijk en de actualiteit van het hindoeïsme en boeddhisme. Inzicht in de belangrijkste aspecten van de volksreligiositeit. |
| Inhoud | : | Overzicht van de ontstaansgeschiedenis van het hindoe%uFFFDsme en boeddhisme; de historische ontwikkelingen, de religieuze concepten, godengestalten en religieuze praktijken. Bij de behandeling van het boeddhisme wordt aandacht besteed aan Boeddha%u2019s verlossingsleer en de daarin voorkomende leringen, een overzicht van de belangrijkste religieuze geschriften en religieuze stromingen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten |
| Literatuur | : | - A. Nugteren, Hindoeïsme. Heden en verleden Leuven/Apeldoorn, 1992
- N. Smart, Godsdiensten van de wereld Kampen, 2003
- L.P. van den Bosch, Inleiding in het Hindoeïsme
(katern Levende Godsdiensten 1, 2). Kampen, 1990
- A.M.C. van Dijk, Hindoeïsme in Nederland Damon, 1999
- M. van den Boom & L.. Minnema, Boeddhisme Kampen, 2000
|
| Module | : | Islam (4WGO4) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Prof. dr. C.J. den Heyer |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de hoofdlijnen van de ontstaansgeschiedenis van de Islam en zijn belangrijkste religieuze stromingen. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de hoofdlijnen van de geschiedenis, de figuur van Mohammed, de religieuze praktijken en de verschillende religieuze richtingen. Behandeling van verschillende aspecten van het islamitische fundamentalisme en de koran. Daarnaast wordt de relatie tot het jodendom en het christendom besproken. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten |
| Literatuur | : | - N. Smart, Godsdiensten van de wereld Kampen, 2003
- H.A.R. Gibb, De Islam. Een historisch overzicht Meppel, 1981
- J. Rath, Nederland en zijn islam: een ontzuilende samenleving
reageert op het ontstaan van een geloofsgemeenschap Amsterdam, Het Spinhuis, 1996
- J. Waardenburg, Islam, norm, ideaal en werkelijkheid Weesp, 1994
|
GODSDIENSTWETENSCHAPPENHet verkrijgen van kennis en inzicht van de gehanteerde begrippen, uitgangspunten en werkwijze van de godsdienstwetenschappen. Kennis van en inzicht in de verbanden tussen theologische, filosofische, psychologische en sociaal wetenschappelijke studie van godsdiensten. Bestudeerd worden godsdienstige stromingen, mens- en godsbeelden.
| Module | : | Godsdienstige stromingen (2GW2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van de in Nederland voorkomende godsdienstige en levensbeschouwelijke stromingen. |
| Inhoud | : | De religieuze kaart van Nederland. Aandacht wordt besteed aan bewegingen zoals Jehova Getuigen, Baptisten, Noorse broeders, 7e-dags adventisten en Pinkstergemeente. Daarnaast zal aandacht besteed worden aan theorieën en aspecten van eindtijdverwachtingen. |
| Werkvormen | : | Hoor- , discussie-, en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat en een maken van een werkstuk van ± 7 pgs. incl. over een zelfgekozen godsdienstige stroming. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- E. Barker & R. Singelenberg, Nieuwe religieuze bewegingen. Een praktische inleiding. Kampen, 1996.
b) Aanbevolen:
- B. van Gelder en E.G. Hoekstra, Spoorzoeken Kampen, 2004;
- H. Knippenberg, De Religieuze Kaart van Nederland. Assen, 1992;
- E.G. Hoekstra en M.H. Ipenburg, Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland Kampen, 2000.
|
| Module | : | Hylisch Pluralisme (3GW3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in wijsgerige antropologische grondbegrippen en denkbeelden, die voor zingeving een bijzondere relevantie hebben. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan denkbeelden over de verhouding van de ziel tot het lichaam. In esoterische mensbeelden komt de overtuiging voor dat de mens, behalve het fysieke lichaam, ook een andere lichamelijke vorm heeft die is opgebouwd uit een andere soort materie dan de gewone stof. Lichaam en ziel zijn namelijk zo verschillend van aard, dat zij zonder een tussenschakel geen contact zouden hebben. De denkbare mogelijkheid van een stoffelijke meervoudigheid is een verwaarloosd thema in het Westers denken. Het concept vindt zijn oorsprong in enkele van de vroegste spirituele teksten uit India, Egypte, de Griekse (antieke) wijsbegeerte en handhaafde zich in het Oude- en Nieuwe Testament.
Behandeld worden thema%u2019s uit de metafysica van de belangrijkste filosofen en het begrip transcendentie. Aan de orde komt de antropologie van de Prè-socraten, Socrates, Plato en Aristoteles met een uitloop naar de Stoa, het Hellenisme en het Neo- platonisme. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Literatuurtentamen; het maken van een samenvattend leesverslag. |
| Literatuur | : | - L. Dossey, Voorbij het lichaam Deventer, 2000;
- H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie. Deel I. Utrecht, 2000
(pgs. 111-224);
- H. van Dongen & J.L.F. Gerding, Het voertuig van de ziel. Het
fijnstoffelijk lichaam; beleving, geschiedenis en onderzoek Deventer, 1993;
- Reader, Zijnsleer: over dualisme en pluralisme (H. Boswinkel).
|
| Module | : | De moderne bijna-dood-ervaring (4GW4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | Studenten maken kennis met visies op dood en hiernamaals in bijbelhistorisch, religieusfilosofisch, psychologisch en transcendent perspectief. |
| Inhoud | : | We behandelen de bijna-dood-ervaring als religieuze ervaring en het begrip transcendentie. Na de behandeling van de inhoud en kernbegrippen wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling en inhoud van het wetenschappelijk onderzoek. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de psychologische, farmacologische, fysiologische en transcendente verklaringsmodellen die kunnen worden aangedragen voor deze buitengewone ervaring. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecolleges. |
| Toetsvorm | : | Mondeling tentamen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- P. van Lommel, Eindeloos bewustzijn Kampen, 2007;
- I. Maso, Onsterfelijkheid; van twijfel naar zekerheid Kampen, 2007;
- C. Mc. Dannel & B. Lang, Heaven, A History Londen, 1988 (of Nederlandse vertaling).
- Reader, De bijna-dood-ervaring; de status quaestionis van het wetenschappelijk
onderzoek en de verklaringsmodellen (H. Boswinkel)
b) Aanbevolen:
- A.H. Maslow, Religie en topervaring Rotterdam, 1972;
- Rudolf Otto, Het heilige Amsterdam 2002.
|
BIJBELWETENSCHAPPENAan de orde komen vragen rond het ontstaan van het Oude- en Nieuwe Testament als in de geschiedenis geworden literatuur. In het bijzonder; de geloofsinhoud, de geloofspraktijk en de religieuze geschriften. De student maakt kennis met enkele wetenschappelijke methoden van uitleg, interpretatie en benaderingswijzen.
| Module | : | Oude Testament 2 (2BW2) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | prof. dr. C.J. den Heyer |
| Doelstelling | : | het verkrijgen van elementaire kennis van de geschriften van het Oude
Testament. |
| Inhoud | : | nader kennismaken met de geschiedenis van het Oude Testament. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Bijbelvertaling naar keuze;, [?] [?]
- H. Jagersma en M. Vervenne (red.), Inleiding in het Oude Testament Kampen, 1992;
- A.S. van der Woude (red.), Bijbels Handboek deel 2a Kampen, 1990
|
| Module | : | Nieuwe Testament 1 (3BW3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | prof. dr. C. J. den Heyer |
| Doelstelling | : | kennis van en inzicht in het ontstaan van het Nieuwe Testament en de
geschiedenis van het nieuwtestamentisch tijd vak. De student maakt kennis met
enkele wetenschappelijke benaderingswijzen van het Nieuwe Testament. |
| Inhoud | : | inleiding in de synoptische evangeliën, inleiding in de wetenschappelijke
benaderingswijzen en het synoptisch probleem. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | schriftelijk tentamen van 100 minuten |
| Literatuur | : | - Bijbelvertaling naar keuze;, [?] [?]
- A.F.J. Klijn, Inleiding tot de studie van het Nieuwe
Testamen Kampen, 1982;
- H. Baarlink (red.), Inleiding tot het Nieuwe Testament. [?]
|
| Module | : | Nieuwe Testament 2 (4BW4) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | prof. dr. C. den Heyer |
| Doelstelling | : | De student maakt kennis met de wijze van ontstaan in het Nieuwe Testament van
de briefliteratuur en het ontstaan en ontwikkeling van de eerste gemeenten. |
| Inhoud | : | Het Nieuwe Testament: inleiding in de Handelingen der Apostelen, de Paulinische
briefliteratuur, Paulus en zijn gemeente, de Jeruzalemse Gemeente en de briefvorm
in het Nieuwe Testament. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Bijbelvertaling naar keuze;, [?] [?]
- G. Bouwman, De weg van het woord. Het woord van de weg Baarn, 1985;
- A.F.J. Klijn, Inleiding tot de studie van het Nieuwe Testament Kampen, 1982;
- C.J. den Heyer, Paulus. Man van twee werelden Zoetermeer 1998;
- G.P. Luttikhuizen, Op zoek naar de samenhang van Paulus%u2019 gedachten Kampen 1990. Kampen, 1989.
|
GESCHIEDENIS VAN HET CHRISTENDOMOverzicht van de geschiedenis van het christendom met een accent op de groei van deze religie tot wereldgodsdienst. Inzicht in de positie van kerkgeschiedenis als onderdeel van de godsdienstwetenschap. Behandeld worden de belangrijkste achtergronden en inhouden van de geschiedenis van de (oude) kerk en Christendom. In het bijzonder zal aandacht besteed worden aan: Ketterse bewegingen, Dogmageschiedenis, het Protestantisme, de Catholica, de Reformatie en de Contra-reformatie.
| Module | : | Christologie (2KG2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. C. J. den Heyer |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de problemen en mogelijkheden van het
onderzoek naar de historische Jezus, de centrale plaats van Jezus Christus in de
theologie en het trinitarisch dogma. |
| Inhoud | : | In geen wereldreligie staat een persoon zo centraal als in het christendom. Dat kan in de interreligieuze dialoog voor christenen en niet- christenen aanzienlijke problemen opleveren. Was Jezus Christus het enige woord van God, misschien zelfs waarlijk God, of is hij gewoon een mens en voorbeeld van humaniteit? In deze module besteden we aandacht aan de historische persoon van Jezus van Nazareth als uitgangspunt van Christologie. Presentatie en confrontatie met de gevolgen van enkele Christologische ontwerpen. |
| Werkvormen | : | De grote lijnen worden in hoor- en discussiecolleges besproken. De studenten werken enkele details zelf uit en presenteren hun bevindingen in korte referaten. |
| Toetsvorm | : | Werkstuk met een omvang van 10 pgs. en referaat. |
| Literatuur | : | - E. Schillebeeckx, Mensen als verhaal van God Baarn, 1989;
- J.D. Crossan, Jezus. Een revolutionaire biografie Amsterdam, 1994;
- R. Stark, De eerste eeuwen. Een sociologische visie op het
ontstaan van het christendom Baarn, 1998;
- G.P. Luttikhuizen, De veelvormigheid van het vroegste
Christendom. Delft, 2002;
- A.F.J. Klijn, Jezus in de apocriefe evangeliën Kampen, 1999;
- J. Klink, De onbekende Jezus Baarn, 1996;
- H.M. Kuitert, Jezus: nalatenschap van het christendom Baarn, 1998;
- F. Cuvelier, Jezus mysticus Kapellen, 1990;
- D. Flusser, Jezus, een joodse visie Hilversum, 2001.
|
| Module | : | Christendom van de negentiende eeuw (3KG3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. J.L.M. van schaik |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de belangrijkste achtergronden en
inhouden van de kerkgeschiedenis van de negentiende en twintigste eeuw. |
| Inhoud | : | De invloed van een eeuw van revoluties wordt nagegaan. De theologie onder invloed
van de sociaal- en existentiefilosofie zal voorwerp van studie zijn. Voor de
Nederlandse kerkgeschiedenis wordt aandacht besteed aan kerkscheuringen als
afscheiding en doleantie. Uit de roomskatholieke kerkgeschiedenis worden concillies
van vaticanum 1 of 2 bestudeerd. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | werkstuk |
| Literatuur | : | - A.J. Jelsma, Handboek van de geschiedenis van het christendom Den Haag, 1979;
- O.J. de Jong, Nederlandse kerkgeschiedenis Nijkerk;
- Boudens, Momentopnamen uit de geschiedenis van de katholieke kerk kampen;
- A.J. Rasker, De Nederlandse Hervormde kerk vanaf 1795 Kampen, 1974;
- P. Nissen en N. van den Akker, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar
christendom in hoofdlijnen%u2019 Amsterdam, 1999.
|
| Module | : | Christendom van de twintigste eeuw (4KG4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Dr. J. van Schaik |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de belangrijkste achtergronden en
inhouden van de kerkgeschiedenis van de twintigste eeuw. |
| Inhoud | : | Het optimisme van het denken van de negentiende eeuw en de ontgoocheling aan
het begin van de twintigste eeuw wordt nader bekeken. Aandacht wordt besteed
aan het reveil en modernisme. Verder is er aandacht voor het christendom in een
pluriforme samenleving. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | werkstuk |
| Literatuur | : | - A.J. Jelsma, Handboek van de geschiedenis van het christendom Den Haag, 1979;
- O.J. de Jong, Nederlandse kerkgeschiedenis Nijkerk;
- Boudens, Momentopnamen uit de geschiedenis van de katholieke kerk kampen;
- A.J. Rasker, De Nederlandse Hervormde kerk vanaf 1795 Kampen, 1974;
- P. Nissen en N. van den Akker, Wegen en dwarswegen. Tweeduizend jaar
christendom in hoofdlijnen Amsterdam, 1999.
|
VERGELIJKENDE SPIRITUALITEITSSTUDIESStudenten maken kennis met de verschillende vormen van spiritualiteit binnen religieuze bewegingen.
Bijzondere aandacht wordt besteed aan de religieuze ervaring en het esoterisch christendom en de
daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
| Module | : | Esoterisch christendom (2VSS2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. J. Slavenburg |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van de vergeten wortels van onze christelijke cultuur en inzicht in de hoofdlijnen uit de geschiedenis van de christelijke spiritualiteit en de daaraan verwante stromingen in de Westerse- esoterische traditie en religiegeschiedenis. |
| Inhoud | : | Om huidige (religieuze) zingevingsystemen te kunnen begrijpen moet je het verleden kennen. Welke verborgen ontwikkelingen heeft het Christendom doorgemaakt? Wat bracht hen samen, maar vooral wat hield en houdt hen verdeeld? We behandelen teksten en stromingen van o.a. Nag-Hammadi, Marcion en de Katharen. Een bijzondere invalshoek is de betekenis van de gnostisch-christelijke wereldreligie van het manicheïsme. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Het maken van een kort werkstuk waarin de theologische positie van de student duidelijk wordt. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- De Nag-Hammadi-geschriften, Vertaald en ingeleid door J. Slavenburg en W.G.
Gloudemans Deventer, 2007;
- J.Slavenburg, Inleiding tot het esoterisch christendom. Deventer, 2005;
b) Aanbevolen:
- R. van Vliet, Manicheïsme als christendom van vrijheid en liefde Kampen, 2000.
|
| Module | : | Religieuze bewegingen (3VSS3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. J. Slavenburg |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van diverse religieuze bewegingen en de geschiedenis van deze bewegingen, verschillende vormen van spiritualiteit binnen de religieuze contexten en inzicht in de plek van spiritualiteit binnen de geestelijke begeleiding. |
| Inhoud | : | In deze module wordt de ontwikkeling van de Westerse spiritualiteit in kaart gebracht door het volgen van belangrijke religieuze bewegingen. Achtereenvolgens komen aan de orde; Theosofie, Antroposofie, Moderne Rosenkruisbewegingen en Vrijmetselarij. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Kort werkstuk met inhoud een vergelijking van twee religieuze bewegingen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J. Slavenburg, De geheime woorden Deventer, 2005 (5e druk)
- J. Slavenburg, De Hermetische schakel Deventer, 2003
b) Aanbevolen:
- Faivre, An Acces to Western Esotericism Albany, 1994
- W.J. Hanegraaff, New Age Religion and Western Culture;
Esotericism in the Mirror of Secular Thought Leiden, 1996
|
| Module | : | De religieuze ervaring (4VSS4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | Studenten verkrijgen kennis van vormen en type van bijzondere menselijke ervaringen en inzicht in de interpretatie en analyse. |
| Inhoud | : | Religies en religieuze filosofieën hanteren de hypothese dat er andere niveaus van werkelijkheid bestaan achter het fysieke, waar de beperkende beginselen van onze ruimte, tijd en sterfelijkheid niet van toepassing zijn. In die andere niveaus van werkelijkheid speelt de fenomenologie van de religieuze ervaring een belangrijke rol. Religieuze ervaring is de ervaring van mensen die claimen contact te hebben (gehad) met een werkelijkheid die uitstijgt boven de dagelijkse werkelijkheid. Het zou de waarneming zijn van het transcendente; een sub-manifeste zijnsorde. In deze module behandelen we de empirische analyse van vormen en type van religieuze ervaring; de religieuze ervaring als gevoel of emotie, de religieuze ervaring als waarneembare ervaring en de religieuze ervaring als interpretatie in bovennatuurlijke termen. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan Emanuel Swedenborg (1688-1722). |
| Werkvormen | : | Hoor-, werk- en discussiecollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat.Het houden van een referaat. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- W. Saanen, De rol van gevoelens en emoties in de religieuze ervaring Utrecht, 1995;
b) Aanbevolen:
- A.H. Maslow, Religie en topervaring Rotterdam, 1972;
- Rudolf Otto, Het heilige Amsterdam 2002
- F. Capra, De Tao van de fysica. Een onderzoek naar de paralel
len tussen de moderne fysica en Oosterse mystiek. Utrecht, 1994;
- H.M.M. Fortman, Als ziende de Onzienlijke. Een cultuurpsychologische studie over de religieuze waarneming en de zoge
naamde religieuze projectie. Hilversum, 1974;
- J.L.F. Gerding, Kant en het paranormale. Academisch proefschrift. Amsterdam, 1993;
- I. Kant, Träume eines Geistersehers, erlautert durch Träume der Metaphysik Darmstadt, 1983 (Hrs.)
- H. Romijn, Hersenen, Geest en Kosmos. Neurobiologische,
quantummechanische en psychologische aspecten Amsterdam, 1992;
- R. Sheldrake, The Present of the past New York, 1989;
- J. Snell, Dienende Engelen Breda, 1992;
- J. Weima, Reiken naar oneindigheid. Inleiding tot de psychologie van de religieuze
ervaring Baarn, 1981.
|
FILOSOFIEWe maken kennis met de Westerse- en Oosterse filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen. We behandelen grote periodes, grondideeën en thema’s uit de metafysica die voor de geestelijke begeleiding een bijzondere relevantie hebben.
| Module | : | Middeleeuwse wijsbegeerte en Renaissance (2FIL2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | het verkrijgen van kennis en inzicht in de eigen kleur van de middel-
eeuwse wijsbegeerte als verbinding tussen geloof en rede. |
| Inhoud | : | Deze module richt zich op een kennismaking met de geschiedenis van de
middeleeuwse wijsbegeerte. Aandacht wordt besteed aan de scholastieke
methode en het scepticisme. De ontwikkeling van posities worden
verankerd in korte en langere tekstfragmenten van de belangrijkste auteurs
waarbij het zwaartepunt wordt gelegd bij Thomas van Aquino. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie Utrecht, 2000,pgs. 111-176 en 215-223;
- L.M. de Rijk, Middeleeuwse wijsbegeerte Amsterdam, 1977.
- G. Leff, Middeleeuwse wijsbegeerte Amsterdam, 1967.
|
| Module | : | Het Verlichtingsdenken (3FIL3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in werken van klassieke auteurs waarbij
de wijsgerige godsvraag centraal zal staan en de wijze waarop een klassiek werk
relevant kan zijn voor de geestelijke begeleider |
| Inhoud | : | Het zwaartepunt wordt gelegd in 18e en 19e eeuw. Aandacht wordt besteed aan het
rationalisme (Descartes), het empirisme (Hume) en de analytische filosofie van
Kant. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Moderne wijsbegeerte (4FIL4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in recente ontwikkelingen in de
wijsbegeerte en vaardigheid in het analyseren en interpreteren van wijsgerige
teksten. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de moderne tijd o.a.: Wittgenstein, Heidegger,
Whitehead, Levinas en Popper. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - B. Delfgaauw, De wijsbegeerte van de 20e eeuw. Wageningen, 1957;
- [?], Geschiedenis van de wijsbegeerte, deel 1 t/m 3. Kampen, OTHO/Kok, 1991.
|
PSYCHOLOGIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORGAan de orde komen enkele elementaire beginselen van de godsdienst- en analytische psychologie. Thema’s die o.a. aan de orde komen zijn: de psychologische grondslag van de functies van religie, ontwikkelingspsychologie en psychopathologie en geestelijke gezondheid
| Module | : | Godsdienstpsychologie (2PSY2) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Dra. A.K. Schuurman |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen en ontwikkelen van een nieuwsgierig en neutraal observerend
standpunt t.a.v. religieuze fenomenen. Kennis van en inzicht in de concepten;
godsdienstige verbeelding, transitionele objecten en het verschijnsel %u2018overdacht%u2019. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de psychologische grondslag van de functie
van religie. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | schriftelijk tentamen. |
| Literatuur | : | - P.E. Jongsma-Tieleman, Godsdienst als speelruimte voor verbeelding. [?]
- Vergote, Religie, geloof en ongeloof Kapellen, 1984
- J. Jansen, Nederland als religieuze proeftuin Nijmegen, KSGV 1998
- P. Vandermeersch, Het gekke verlangen Antwerpen, 1978
|
| Module | : | Psychopathologie en geestelijke gezondheid (3PSY3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. J.A. Mink |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van (klinisch)psychologische beginselen die gericht zijn op het herkennen van psychosociale, psychopathologische en psychosomatische theorievorming rond de verhouding van geestelijke gezondheid/ongezondheid en inzicht in het verschijnsel overdacht en tegenoverdracht. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de essentiële kenmerken van neurose, psychose, borderlinestoornissen, (psycho)pathologische gedragspatronen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Het maken van een werkstuk met een omvang van 7 tot 10 pgs. excl. |
| Literatuur | : | - J. Cullberg, Moderne psychiatrie; een psychodynamische
benadering Baarn, 1995
- K. Meijer, Handboek psychosomatiek Baarn, 1995,
pgs. 13 %u2013 91
- [?], DSM %u2013 IV PatiëntenzorgIV Lisse, 1996. Bewerkte vertaling van: DSM %u2013 IV, Primary Care,
International edition
- G.A.S. Koster van Groos, (vert.), DSM %u2013 IV Caseboek Lisse, 2000
|
| Module | : | Chronische en terminale patiënten (4PSY4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | drs. J.A. Mink |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van enkele theorieën vanuit de analytische
psychologie over gevoelens en emoties van chronisch en terminale patiënten. |
| Inhoud | : | Uitgebreid zal worden ingegaan op de begeleiding en beleving van de patiënt met
een chronische ziekte en de stadia in het stervensproces. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | take-home tentamen |
| Literatuur | : | - R. Bruntink, Een goed en plek om te streven. Palliatieve zorg in
Nederland Apeldoorn, 2002
- E. Kübler-Ross, Lessen voor levenden; gesprekken met stervenden Baarn, 1998. Pgs. 48 %u2013 140
- O. Reef, Je moet er maar mee leren leven. Omgaan met chronische
ziekte Baarn, 1993. Pgs. 9 %u2013 34
|
STERVENSBEGELEIDINGEen handelingsveld van de praktische spiritualiteit. In deze module verkrijgen studenten kennis, inzicht en vaardigheid in het begeleiden van stervenden. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de rituelen bij het sterven en de palliatieve begeleiding.
| Module | : | Stervensbegeleiding (3STB1) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Drs. A. Polspoel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de begeleiding en zorg voor stervenden. |
| Inhoud | : | : In deze module wordt aandacht besteed aan het begeleiden van stervenden en de aspecten
van het stervensproces. Wil men een verbetering in de begeleiding van stervenden
nastreven dan zal het nodig zijn inzicht te verkrijgen in factoren van lichamelijke,
psychische en sociale aard die in hun onderlinge samenhang beschouwd dienen te
worden. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de rituelen bij sterven en de
palliatieve begeleiding. |
| Werkvormen | : | Practicum |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- A. Polspoel, Eenzaam sterven Kampen, 2007
- A. Polspoel, Wenen om het verloren ik Kampen, 2007
- R. Zeylmans, Stervensbegeleiding een wederzijds proces Driebergen, 2008
b) Aanbevolen:
- E. Kübbler-Ross, Dood. Het laatste stadium van innerlijke groei Baarn, 1976
- E. Kübbler-Ross, Lessen voor levenden; gesprekken met
stervenden Baarn, 1998. Pgs. 48 %u2013 140
- J. Enkelaar, Terminus Apeldoorn, 1999
- H. Buijssen & R. Bruntink (red.), Eind goed, allen goed? Oog
voor zorgenden in de palliatieve zorg Nijmegen, 2003
- K. Leget, Van levenskunst tot stervenskunst Den Haag, 2008
- Marie de Hennezel, De intieme dood, levenslessen van
stervenden (vert. van La mort intime, Paris 1995) Bloemendaal, 1996
- W. Huizing, Zorg rondom het levenseinde Kampen, 2000
- Theo Heisen, De dood nabij. Omgaan met ziekte en
rouwverwerking Kampen, 1993
- David Kessler, Het recht om waardig te sterven Deventer, 1998
- Angelica Roquas, Sterven kan ook anders Deventer, 1994
- Robert Buckman, Ik weet niet wat ik zeggen moet.
Een handreiking Baarn, 1992
- Avery D. Weisman, De dood nabij. Een psychiatrische studie over het levenseinde Baarn, 1972
- Lorna St. Aubyn, Bewust streven. Spiritueel omgaan met de
dood Deventer, 1994
- P.I. Veenstra, Als de dood aanstaande is. Een handreiking in de omgang met stervenden Zoetermeer, 1997
- J.J. Poort, Morgen kunnen we u meer vertellen. Hoop en wanhoop
in het ziekenhuis Houten, 1992
- M. Steemers van Winkoop, Geloven in leven Assen, 2003
|
ETHIEK IN DE GEZONDHEIDSZORGIn de (geestelijke)gezondheidszorg vallen beslissingen die vérstrekkende gevolgen hebben voor het leven
en sterven van mensen. Behandeld wordt het eigen karakter van de ethische vraagstellingen omtrent aard
en doel van het menselijk leven, alsmede enkele begrippen en theorieën uit de toegepaste ethiek die
betrekking hebben op leven en dood. De student oriënteert zich in de huidige stand van de medisch-
ethische discussies en theorieën rondom dilemma's in de gezondheidszorg.
| Module | : | Zorgethiek: over grenzen en mogelijkheden van autonomie (2EGZ2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.P. Wils |
| Doelstelling | : | De student verwerft kennis van verschillende concepties van autonomie en
de vaardigheid de implicaties van bepaalde betekenissen na te gaan in
concrete toepassingen. |
| Inhoud | : | Autonomie is een belangrijk moreel sleutelbegrip in onze samenleving. Een individu
moet uiteindelijk zelf kunnen beschikken en beslissen over hoe zij het leven vorm
en betekenis geeft. Verschillende vormen van autonomie worden besproken, waarbij
aandacht wordt besteed aan achterliggende mens- en maatschappijbeelden.
Daarnaast zal een aantal concrete toepassingen besproken worden op het terrein
van de zorg. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - T. van Wiligenburg e.a, Ethiek in praktijk Van Gorcum, Assen 1993
- H. Kuitert, Mag alles wat kan? Ethiek en medisch handelen [?]
|
| Module | : | Ethische discussie rond leven en dood (3EGZ3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.P. Wils |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in het eigen karakter van de ethische vraagstellingen omtrent aard, oorsprong en doel van het menselijk leven, alsmede enkele begrippen en theorieën uit de toegepaste ethiek die betrekking hebben op leven en dood. |
| Inhoud | : | De student oriënteert zich in de huidige stand van de ethische discussie rondom euthanasie, kwaliteit van leven en sterven, het communiceren en argumenteren over deze aspecten, het organiseren van deze communicatie en het afronden van deze processen in beslissingen of adviezen. De weg naar bespreekbaarheid op ethische vragen uit die discussie gaat via de wijsgerige ethiek. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Door docent nader in te vullen |
| Literatuur | : | - H. Dupuis, Goed te leven, reflecties op de moraal Kampen, 1993
- J.P. Wils, Sterben. Zur Ethiek der Euthanasie Paderborn, 1999
- H. Kuitert, Mag alles wat kan? Ethiek en medisch handelen [?]
|
| Module | : | Medische Ethiek (4EGZ4) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.P. Wils |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van gangbare medisch-ethische discussies,
inzicht in medisch-ethische theorieën en het vermogen deze te evalueren en
het vermogen om medisch-ethische literatuur te analyseren en zelf een
argumentatie op te bouwen rond dilemma%u2019s in de gezondheidszorg. |
| Inhoud | : | Medisch-ethische vragen kunnen betrekking hebben op: genetica, kunstmatige
voorplanting, neo-nathologie en andere beslissingen rond het levenseinde. Keuzes
worden mogelijk gemaakt door de sterk toenemende medische mogelijkheden, de g
groei van de palliatieve zorg, en de wettelijk gelegitimeerde autonomie (recht op
zelfbeschikking). |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
MEDISCHE BASISKENNISStudenten verkrijgen kennis en begripsvorming van de medische terminologie, (psycho)somatische aspecten van ziek zijn en ziektebeelden.
| Module | : | Inleiding medisch discours (2MBK1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | dra. J. van Ham |
| Doelstelling | : | studenten maken kennis met het medisch discours |
| Inhoud | : | Vertrouwd raken met medische terminologie. |
| Werkvormen | : | hoorcollege |
| Toetsvorm | : | schriftelijk tentamen van 100 minuten |
| Literatuur | : | - A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.), Zakwoordenboek der
Geneeskunde. Arnhem, 1993
- D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken, Beknopte integrale ziekteleer [?]
- F. Verstappen & H. Kuipers, Medische basiskennis [?]
|
| Module | : | Aandoeningen en ziektebeelden (pathologie) (3MBK2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dra. J. van Ham |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in het verloop, de behandeling en de duur van (psycho)somatische en pathologische aandoeningen en ziektebeelden bij mensen in de verschillende levensfasen. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan aangeboren afwijkingen, nieuwvormingen, gevolgen van veroudering, infecties en intoxicaties. |
| Werkvormen | : | Hoorcollege |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten |
| Literatuur | : | - C.A. Bastiaanse en A.A.F. Jochems, Anatomie en fysiologie [?]
- D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken, Beknopte integrale ziekteleer [?]
- A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.), Zakwoordenboek der Geneeskunde Arnhem, 1993
|
THERAPEUTISCHE GESPREKSVOERINGDe student verkrijgt kennis en inzicht in de toepassingsmogelijkheden van therapeutische gespreksvoering in het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg. Aan de orde komen (o.a.) de theorie rondom feedback, observatie en gespreksvaardigheden. Rollenspelen, gespreksvorm, opdrachtvorm.
| Module | : | Het helpende gesprek (2TGV2) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Drs. H. Rost |
| Doelstelling | : | Het ontwikkelen van verschillende gespreksvaardigheden die van belang zijn in de beroepspraktijk van de zingevingtherapeut en het gesprek kunnen analyseren op het gebruik van deze vaardigheden. |
| Inhoud | : | Aandacht zal worden besteed aan de eigen subjectieve invulling van het contact met cliënten in het algemeen en de theorie en praktijk in het bijzonder. Aan de orde komen de cliëntgerichte benadering (C. Rogers), het gespreksmodel (G. Egan), luistervaardigheden (Dillon) en regulerende vaardigheden (De Groot). |
| Werkvormen | : | Practicum; rollenspel, gespreksvormen. De verschillende gesprekstechnieken worden besproken, geobserveerd en geoefend in kleine groepen. |
| Toetsvorm | : | Praktijkopdrachten (aanwezigheidsplicht!) |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- G. Lietaer, G. van Aerschot, J. Snijders, R.J. Takens (Red.), Handboek gesprekstherapie Utrecht, 2008
- G. Lang, & H.T. van der Molen, Psychologische gespreksvoe-
ring: een basis voor hulpverlening Baarn, 1992
b) Aanbevolen:
- G. Egan, Deskundig hulpverlenen. Een model, vaardigheden en methoden Assen, 1997
- J. Stevens, In gesprek met een ander Apeldoorn, 1990
- M. van Kalmthout, Psychotherapie en de zin van het bestaan Amsterdam, 2007
- H. Kirschenbaum & L. Henderson (Eds), The Carl Rogers Reader London, 1990
|
| Module | : | Helpen bij verlies en rouw (3TGV3) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Drs. A. Polspoel |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de verschillende visies op sterven en rouwen en de basisvaardigheid hierover gesprekken te voeren |
| Inhoud | : | In het omgaan met verlies en rouw zijn verschillende aspecten te onderscheiden. Aandacht zal worden besteed aan het helpen bij verlies en rouw in het algemeen en het ontwikkelen van de communicatieve vaardigheid hierover gesprekken te voeren. |
| Werkvormen | : | Practicum: rollenspel, gespreksvorm |
| Toetsvorm | : | Praktijkopdracht: verbatumanalyse. Van de student wordt de inbreng verwacht van minimaal één praktijkcasus |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- A. Polspoel, Eenzaam sterven Kampen, 2007
- A. Polspoel, Wenen om het verloren ik Kampen, 2007
b) Aanbevolen:
- J.W. Worden, Verdriet en Rouw. Gids voor hulpverleners en
therapeuten Amsterdam, 1992
- P. Boelens (e.a.), Rouw en rouwbegeleiding Utrecht, 1999
|
PRACTICUM GEESTELIJKE BEGELEIDINGDe studenten verkrijgen kennis van en vaardigheden in de verschillende handelingsvelden van de geestelijke begeleiding in de gezondheidszorg.
| Module | : | Aspecten van Geestelijke Begeleiding (2PGB2) |
| Omvang | : | 2 EC |
| Docent | : | drs. A. van Buuren |
| Doelstelling | : | De student maakt kennis met de inleidende vraagstukken rond het vak en
verkrijgt inzicht in de plaats, functie en integratie van de geestelijke begelei-
ding in de organisatie. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de geschiedenis, plaatsbepaling (werkvelden) en
huidige ontwikkelingen op het gebied van de geestelijke begeleiding.
Kennismaken met de wereld van het ziekenhuis, reflectie op de plaats van
de geestelijke begeleider in een instelling van de gezondheidszorg. |
| Werkvormen | : | hoorcollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - A. van Buuren (eindred.), Handboek geestelijke verzorging in
zorginstellingen Kampen, 2004
|
HOMILETIEK| Module | : | Homiletiek (3HML1) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | vacature |
| Inhoud | : | In ontwikkeling |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | Practicum |
| Literatuur | : | - door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
LITURGIE| Module | : | Liturgie (4LTG1) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | vacature |
| Doelstelling | : | De student verwerft kennis van en inzicht in theorie en praktijk van liturgisch
handelen en het analyseren en organiseren van de liturgiepraktijk. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan het ontstaan van de liturgie in de loop van de
kerkgeschiedenis, haar culturele context, de huidige situatie van de liturgie
en de praktijk. |
| Werkvormen | : | Practicum |
| Toetsvorm | : | Opdrachtsvorm |
| Literatuur | : | - P. Oskamp & N. Schuman (red.), De weg van de liturgie Zoetermeer, 1999;
- K. Joosse, Wat is liturgie? Achtergronden van de christelijke eredienst. Hilversum, 1989;
- J. de Jongh, Liturgie maken Den Haag, 1990
|
INTER- EN GROEPSSUPERVISIE| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Dr. W. Smeets (Centrum Klinisch Pastorale Vorming, Radboud Universiteit Nijmegen) |
| Doelstelling | : | De student verdiept zich in het eigen functioneren en het ontwikkelen van een persoonlijke en professionele identiteit. |
| Inhoud | : | Bespreking van werkverslagen uit de stage; theoretische verheldering. |
| Werkvormen | : | Hoor- en responsiecollege, verbatum analyse. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het eindverslag. |
| Literatuur | : | - door docent nader te bepalen, [?] [?]
|