Hoofdfase
Studieprogramma hoofdfase
GESCHIEDENIS VAN DE FILOSOFIEKennismaken met de elementaire vragen en begrippen van de wijsbegeerte en de geschiedenis van de filosofie en literatuur, waarbij de ontwikkeling van posities worden verankerd in korte en langere tekstfragmenten van belangrijke filosofen.
| Module | : | Antieke wijsbegeerte (2GSF2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. H. Debacker |
| Doelstelling | : | Studenten maken kennis met en verkrijgen een globaal inzicht in de ontwikkeling van de Griekse en Romeinse wijsbegeerte, meer in het bijzonder die van Plato en Aristoteles. |
| Inhoud | : | In een historisch overzicht behandelen we de ontwikkeling van de Griekse en
Romeinse wijsbegeerte. Aandacht wordt besteed aan de Pre-socraten, Socrates, Plato en Aristoteles met een uitloop naar het Hellenisme, de Stoa en het Neo-platonisme. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Storig, Geschiedenis van de filosofie Utrecht, 2000
- C. Vergeer, Eerste vragen over de Griekse filosofie Nijmegen, 1990
- F.A.J. de Haas e.a, De antieke Wijsbegeerte [?]
- Sextus Empiricus, Grondslagen van het scepticisme (vert. door R. Ferwerda) [?]
- I.F. Stone, Het proces Socrates Baarn, 1988
b) Aanbevolen:
- J. Bor, 25 eeuwen westerse filosofie Amsterdam, 2003
- L. de Crescenzo, Geschiedenis van de Griekse filosofie. Van prè-socraten tot de neoplatonici. Amsterdam, 1988
|
| Module | : | Het Verlichtingsdenken (3GSF4) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in werken van een aantal klassieke auteurs van de filosofie van de 17e t/m de 19e eeuw waarbij de wijsgerige godsvraag centraal zal staan. |
| Inhoud | : | Tegen de achtergrond van het Duitse rationalisme en het Engelse empirisme zal in het bijzonder de filosofie van Kant behandeld worden. In het kader van het rationalisme en empirisme wordt aandacht besteed aan Descartes en Hume. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J. Bor, 25 eeuwen westerse filosofie. Amsterdam, 2003;
- R. Descartes, Over de Methode. Vert. door Th. Verbeek. Amsterdam, 1997
b) Aanbevolen:
- C. Serrurier, Descartes 2019 Leer en leven. s-Gravenhage, 1930;
- G. Rodis-Lewis, Descartes Biografie. Vert. door R. Kuil en J.M.M. de Valk. Kampen, 2003.
|
| Module | : | Moderne wijsbegeerte (4GSF5) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van overzichtskennis van recente ontwikkelingen van de moderne
wijsbegeerte. Studenten verkrijgen kennis van de belangrijkste aspecten van het empirisme en de grote lijnen in de geschiedenis van het moderne denken. |
| Inhoud | : | Aan de orde komen auteurs en de diverse stromingen zoals, fenomenologie,
structuralisme, differentie-denken en de tegenstelling tussen analytische en continentale filosofie. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door de docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- B. Delfgaauw, De wijsbegeerte van de 20e eeuw. [?]
- Geschiedenis van de wijsbegeerte, deel 1 t/m 3. Kampen, OTHO/Kok, 1991
- J. Bor & E. Petersma, De verbeelding van het Denken. [?]
b) Aanbevolen:
- A.J. Ayer, Filosofie in de twintigste eeuw. Vert. door J. van den Hoven. Kampen, 1986
|
WIJSBEGEERTE EN SPIRITUALITEIT De grote lijnen van de geschriften en denkers van de filosofie, mystiek. spiritualiteit en wijsgerige antropologie. De belangrijkste ontwikkelingen van het spirituele gedachtegoed is object van studie. Aandacht wordt besteed aan de kosmologische opvattingen van de antieke mens en de veronderstelde samenhang tussen het goddelijke, de kosmos en de mens. In het bijzonder zal aandacht worden besteed aan de Hermetische filosofie, denkbeelden over de verhouding van de ziel tot het lichaam en de belangrijkste noties en historisch-systematische situering van de Oosterse filosofie.
| Module | : | Hermetische filosofie (2WBS3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. J. Slavenburg |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de Westerse-esoterie en traditie in vroeg-antieke tijd. |
| Inhoud | : | Hermes Trismegistos werd in de Oudheid, Middeleeuwen en Renaissance gezien als bron van Universele wijsheidskennis. In een historisch overzicht behandelen we de grondtonen van de Hermetica in al haar veelvormigheid. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Take - home tentamen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J. Slavenburg, De Hermetische Schakel Deventer, 2003
b) Aanbevolen:
- Francis Yates, Giordano Bruno en de hermetische traditie Amsterdam, 2004
- vertaald en ingeleid door R. van den Broek en G.Quispel, Corpus Hermeticum Amsterdam 1991
- Asclepius, de volkomen openbaring van Hermes Trismegistos. Vert. en ingel. door G. Quispel. Amsterdam, 1996
- Vertaald en ingeleid door R. van den Broek, Hermes Trismegistus Amsterdam 2006
|
| Module | : | Meister Eckhart (3WBS4) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. H.G. Schipper |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van inzicht in de verhouding tussen denken en voelen, en rationaliteit en affectiviteit in de de Europese wijsbegeerte. In het bijzonder bij Meister Eckhart, Nicolaus Cusanus en Marsilio Ficino. |
| Inhoud | : | Een belangrijke figuur in de geschiedenis van de wijsgerige mystiek is Meister Eckhart. Uit zijn preken en traktaten spreekt een verlangen naar vereniging met het goddelijke. Autonomie en overgave gaan samen voor deze verkondiger van mystiek. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Take - home tentamen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Meister Eckhart, Preken en traktaten. Groningen 2009;
- G. Visser, Gelatenheid, Gemoed en hart bij Meister Eckhart. Nijmegen 2008
b) Aanbevolen:
- Nicolaus Cusanus, De leek over de geest. Budel 2001;
- {5:id}, Marsilio Ficino, De wereld als kunstwerk. Inleiding tot de Platonische Theologie, Vijf Sleutels tot de platonische wijsheid. (Vert. R. Schipper). Kampen 2005.
|
| Module | : | Wijsgerige antropologie; de mens als samenstel van geest, ziel en lichaam (4WBS5). |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de verhouding ziel-lichaam als wijsgerige antropologie, het zielprincipe bij Aristoteles en het begrip hylisch pluralisme. |
| Inhoud | : | In filosofische bespiegelingen over een wijsgerige antropologie komt de overtuiging voor dat de mens, behalve het fysieke lichaam, ook een andere lichamelijke vorm heeft die is opgebouwd uit een andere soort materie dan de gewone stof. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Literatuurtentamen; het maken van een samenvattend leesverslag. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Aristoteles, De Anima. Leende, 2000
- Plato, Phaedo, Uitgave; Plato's verzameld werk, deel II. Vert. Xaveer de Win. Baarn, 1999
- H.J. Storig, Geschiedenis van de filosofie. Deel I. Utrecht, 2000 (pgs. 111-224)
- Reader, Zijnsleer: over dualisme en pluralisme (H. Boswinkel)
b) Aanbevolen:
- H. van Dongen & J.L.F. Gerding, Het voertuig van de ziel. Het fijnstoffelijk lichaam; beleving, geschiedenis en onderzoek. Deventer, 1993
- L. Dossey, Voorbij het lichaam. Deventer, 2000
- J.J. Poortman,, Ochêma, geschiedenis en zin van het hylisch pluralisme. Deel I. Assen, 1954. Uitg. van Gorcum
- J.J. Poortman, Ochêma, geschiedenis en zin van het hylisch pluralisme. Deel II. Assen, 1958
- J.J. Poortman, Ochêma, De zin van het hylisch pluralisme: Deel VI-A, Historische samenvattingen; Deel VI-B, Fenomenologische dwarsdoorsneden; Deel VI-C, De waarheid van het hylisch pluralisme; Deel VI-D, Enige perspectieven. Assen, 1967
|
SOCIALE EN POLITIEKE FILOSOFIE De sociale en politieke filosofie besteed aandacht aan vraagstukken rond politiek en samenleving. Veel filosofen hebben getracht een manier te vinden om vorm te geven aan de relatie van burger en staat. Sociale en politieke filosofie gaat over de betrekkingen tussen mensen zoals die binnen een maatschappelijke en politieke orde gestalte krijgen. Het complexe scala van menselijke betrekkingen roept in de sociale en politieke filosofie een aantal vragen op zoals; hoe menselijke betrekkingen behoren te zijn en geregeld dienen te worden, wat zijn criteria voor een goede samenleving en wat zijn de voorwaarden waaronder een behoorlijke samenleving mogelijk is.
| Module | : | Pragmatisme (2SPF2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Liberalisme en communitarisme (3SPF3) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.P. Wils |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | - Door de docent nader op te geven., [?] [?]
|
| Module | : | Existentialisme (4SPF4) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.P. Wils |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
GODSDIENSTFILOSOFIE Aan de godsdienstfilosofie is de taak toebedeeld de betekenis, de zin en de waarheidsvraag van religieuze tradities nader te onderzoeken in overeenstemming met de mogelijkheid van filosofie en wetenschap. Getracht wordt inzicht te verkrijgen in het probleem van de godsvraag en het godsbewijs. Aandacht wordt besteed aan de vraag in hoeverre mythe en mythologie het werkelijkheidsbewustzijn kunnen bepalen. De studenten maken kennis met de kernthema's van de godsdienstfilosofie; de relatie tussen de filosofie en religie, vormen van filosofie binnen godsdienst en religieuze bewegingen. Een aantal belangrijke thema's en posities uit de godsdienstfilosofie worden ingeleid zoals; het ontstaan van de godsdienstfilosofie en godsdienstfilosofie versus wijsgerige theologie.
| Module | : | Filosofie en Religie (2GDF2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. H.G. Schipper |
| Inhoud | : | Op filosofische wijze kijken naar religie. Het definieren van religie, de betekenis, de zin en de waarheidsclaims van religieuze tradities en de fenomenologie van religieuze ervaringen, diversiteit en criteria voor het vaststellen van godsdiensten. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | Het maken van een kort werkstuk |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- H.M. Vroom, Religies en de waarheid Kampen, 1988
- C.G. Jung, Westers bewustzijn, Oosters inzicht. Rotterdam, 1998 (3e-druk)
b) Aanbevolen:
- Rudolf Otto, Het heilige Amsterdam 2002
|
| Module | : | Augustinus (3GDF3) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. J.L.M. van Schaik |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis van en inzicht in de ontwikkeling van het filosofisch denken van Augustinus. Door het lezen van teksten van Augustinus (vooral de Confessiones) inzicht krijgen in de denk- en belevingswereld van zijn religieuze filosofie. |
| Inhoud | : | De teksten van Augustinus behoren tot de klassiekers van de wereldliteratuur. Aandacht wordt besteed aan het leven en werk van Augustinus en de betekenis van zijn denken voor de godsdienstfilosofie. |
| Werkvormen | : | hoorcollege |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Augustinus, Belijdenissen. Vert. door G. Wijdeveld. Baarn, 1985;
- J. van Oort, Facetten van leven en werk. Kampen 1991
- J. van Oort, Jeruzalem en Babylon. Een onderzoek van Augustinus%u2019 De stad van God en de bronnen van zijn leer der twee steden. Zoetermeer, 1995
- J. van Oort, Augustinus%u2019 Confessiones. Gnostische en christelijke spiritualiteit in een diepzinnig document. Turnhout, 2002
- Augustinus, Ketters en scheurrmakers. Budel, 2009.
|
| Module | : | De religieuze filosofie van het Oosten (4GDF4) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de belangrijkste noties en de historisch-systematische situering van de Oosterse filosofie en het denken over de mens. |
| Inhoud | : | Behandeld wordt de (religieuze)filosofie en antropologie van het Hindoeisme, Boeddhisme, Confucianisme en het Taoisme. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de Upanishaden, het Taoisme, de onkenbaarheid van het Brahma en het begrip Wu-Wei. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 90 minuten. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- H.J. Storig, Geschiedenis van de filosofie. Utrecht, 2000
- Reader, Wijsheid van het Oosten (H. Boswinkel)
b) Aanbevolen:
- A. Nugteren, Hindoeisme, heden en verleden. Apeldoorn, 1992
- J. Bor en K. van de Leeuw, 25 eeuwen Oosterse filosofie. Amsterdam, 2003.
|
FILOSOFIE VAN KENNIS, WETENSCHAP EN BETEKENIS Object van studie is de analyse van en kritiek op de wetenschap als kenmethode en het contrast met pseudo-wetenschap. Aan de orde komen de theoriegeladenheid van de observatie, empirie als bron van kennis en waarheidstheorieën.
| Module | : | Wetenschapsfilosofie (2FKW1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van het standaardmodel van de wetenschap, de beperktheid van de zogenaamde wetenschappelijke objectiviteit en het inzicht hoe de wetenschap, ondanks beperking, toch tot vooruitgang in kennis kan komen. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan de analyse van en kritiek op de wetenschap als kenmethode. Aan de orde komen de theoriegeladenheid van de observatie, empirie als bron van kennis, waarheidstheorieen en het contrast met pseudo-wetenschap. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 90 minuten |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- H. Koningsveld, Het verschijnsel wetenschap Meppel, 1992
- M.Leezenberg en G. De Vries, Wetenschapsfilosofie voor geesteswetenschappen. Amsterdam, 2010.
b) Aanbevolen:
- A.A. Derksen, Wetenschap of willekeur. [?]
|
| Module | : | Logica en argumentatieleer (3FKW2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. H. van Dongen |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van overzichtskennis van de belangrijkste problemen, theorieën, basis begrippen, de taal en de geschiedenis van de logica zoals waarheid, geldigheid en de logische vorm. |
| Inhoud | : | Algemene inleiding in de logica en een overzicht van haar filosofische en historische achtergronden. Besproken worden o.a. de interpretatie van zinnen in de context, het begrip propositie en de begrippen deductie, inductie en abductie. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - B. Vedder, Wandelen met woorden, een weg van de filosofische hermeneutiek naar de hermeneutische filosofie en terug. Best, 1997;
|
| Module | : | Wijsgerige hermeneutiek (4FKW3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. R.J.J.M. Plum |
| Doelstelling | : | Studenten verkrijgen inleidende kennis van opvattingen van de belangrijkste klassieke kentheoretici en leert de pro's en contra's van deze opvattingen te beargumenteren. |
| Inhoud | : | Uitgaande van de vraag 'Wat is kennen?' zal aandacht besteed worden aan de belangrijkste klassiek-moderne en contemporaine posities van het kennen die worden ingenomen. Aandacht zal worden besteed aan periode van Descartes tot en met Kant. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Hans-Georg Gadamer, Wahrheit und Methode (diverse edities). Gesammelte Werke I; Band I : Hermeneutik: Wahrheit und Methode %u2013 1 Grundzüge einer philosophischen Hermeneutik. Tübingen. Paperbackuitgave is verkrijgbaar
- Th. De Boer (red.), Hermeneutiek: Filosofische grondslagen van mens- en cultuurwetenschappen. Boom, Meppel
b) Aanbevolen:
- J. Vandenbulcke, Hans-Georg-Gadamer, een filosofie van het interpreteren. Brugge, 1973
- H. Kunneman (red.),, Wetenschap en ideologiekritiek. Meppel
|
PRAKTISCHE FILOSOFIE In discussie over morele problemen spelen allerlei begrippen en argumenten een rol die hun achtergrond vinden in ethische theorieën uit het verleden en heden. Aristoteles was de eerste die de wijsgerige ethiek onderscheidde van andere filosofische disciplines en aparte boeken wijdde aan de studie van de moraal. We behandelen hoofdlijnen van de historische ontwikkelingen van de ethiek en de daarmee samenhangende vraag naar de mogelijkheid van ethiek als wetenschap. Aandacht wordt besteed aan het toepassen van wijsgerige reflectie en methoden op onderwerpen die in verband staan met organisatie en bedrijfsethiek, management en zorgethiek.
| Module | : | Zorgethiek: over grenzen en mogelijkheden van autonomie (2PRF2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Mr. dr. A.F. Dekkers |
| Inhoud | : | Autonomie is een belangrijk moreel sleutelbegrip in onze samenleving. Een individu moet uiteindelijk zelf kunnen beschikken en beslissen over hoe zij het leven vorm en betekenis geeft. Aandacht wordt besteed aan achterliggende mens- en maatschappijbeeld. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- T. van Wiligenburg e.a., Ethiek in praktijk Assen 1993
- H. Kuitert, Mag alles wat kan? Ethiek en medisch handelen [?]
b) Aanbevolen:
- Th. A. Boer (red.), Zelfbeschikken? Wensen van patienten: mogelijkheden en grenzen. Kampen, 1995
|
| Module | : | Organisatie en bedrijfsethiek (3PRF3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. P.P.M. Harteloh |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de groeiende rol van ethiek bij beslissingen op de bedrijfswerkvloer. Het kunnen toepassen van een wijsgerige reflectie en analyse op het functioneren van (semi)overheidsorganisaties en ondernemingen. |
| Inhoud | : | In een kritische dialoog met de praktijk krijgen de termen integriteit,verantwoordelijkheid en groen-ondernemen een ethische bespreking. In het bijzonder wordt er aandacht besteed aan marketing, advertising en morele problemen bij ondernemingen. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | - H. Evers, Media-ethiek. Morele dilemma%u2019s in journalistiek, communicatie en reclame. Groningen, 2002.
- J. van Diest, Zinnig Ondernemen. Het reflexieve handelen als grondslag voor de continuïteit van ondernemingen. Assen, 1997.
|
METAFYSICAWellicht behoren metafysica en transcendentie tot de hoogste disciplines en pretenties van de filosofie. Zonder die pretentie zou filosofie eigelijk geen filosofie meer zijn. Volgens Aristoteles is metafysica zelfs de meest exacte en bewijskrachtige van alle wetenschappen. Ging het bij Aristoteles voorheen over het zintuiglijk waarneembare dat voorwerp van beschouwing is, in zijn metafysica wordt er niet meer gesproken over het zintuiglijk waarneembare, het fysische, maar over het metafysische. Het lichamelijke zou dan het zintuiglijk waarneembare of het fysische vertegenwoordigen, de ziel en de geest het onwaarneembare. Ook de fysische beschouwing is wijsheid. Maar zij is niet de eerste. Wat nu bij Aristoteles na het eerste fysische komt (het metafysische), is van een andere aard en betreft het wezen dat niet waarneembaar is en geen voorwerp van fysisch onderzoek. Besproken worden enkele klassieke thema's van de metafysica, zoals deze vooral in het kader van een zijns-leer in hun systematisch verband doordacht worden. Tegen de achtergrond van de moderne indeling van de metafysica, in een algemeen deel (ontologie) en een bijzonder deel (kosmologie en psychologie), zal gezocht worden naar de zin van de aloude vraag naar het uiteindelijke of absolute eenheidsbeginsel van het zijn en naar de onderlinge samenhang van de diverse antwoorden zoals; de substantie, het goddelijke of God, de kosmos, het ik, de menselijke ziel of het subject.
| Module | : | Het Swedenborg - Kant debat (3MTF2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Doelstelling | : | Studenten verkrijgen kennis van en inzicht in de interpretatie en analyse van de religieuze ervaring en het Swedenborg-Kant debat. In de context van de rationele metafysica en maken studenten kennis met de hypothese van de morfogenetische resonantie. |
| Inhoud | : | Religieuze filosofieen hanteren de hypothese dat er andere niveaus van werkelijkheid bestaan achter het fysieke, waar de beperkende beginselen van onze ruimte, tijd en sterfelijkheid niet van toepassing zijn. |
| Werkvormen | : | Hoor-, werk- en discussiecollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J.L.F. Gerding, Kant en het paranormale. Amsterdam, 1993;
- R. Lemm, Emanuel Swedenborg. Uitg. Aspect, Soesterberg, 2006
- I. Kant, Träume eines Geistersehers, erlautert durch Träume der Metaphysik. Darmstadt, 1983 (Hrs.)
- R. Sheldrake, A New Science of Life: the hypotheses of formative causation. London, 1981 (of Nederlandse vertaling).
b) Aanbevolen:
- A.H. Maslow, Religie en topervaring. Rotterdam, 1972;
- Rudolf Otto, Het heilige. Amsterdam 2002.
- F. Capra, De Tao van de fysica. Een onderzoek naar de paralellen tussen de moderne fysica en Oosterse mystiek. Utrecht, 1994
- H.M.M. Fortman, Als ziende de Onzienlijke. een cultuurpsychologische studie over de religieuze waarneming en de zogenaamde religieuze projectie. Hilversum, 1974
- H. Romijn, Hersenen, Geest en Kosmos. Neurobiologische, quantummechanische en psychologische aspecten. Amsterdam, 1992
- R. Sheldrake, Een nieuwe levenswetenschap; de hypothese van de vormende oorzakelijkheid. Wassenaar, 1983;
- R. Sheldrake, The Present of the past. New York, 1989
- J. Snell, Dienende Engelen. Breda, 1992
- J. Weima, Reiken naar oneindigheid. Inleiding tot de psychologie van de religieuze ervaring. Baarn, 1981
|
MENS EN NATUURKlimaatverandering, milieurampen en energieproblemen beheersen regelmatig het nieuws. Wat is de beste houding en wat is het beste beleid ten opzichte van deze problemen? Het is ook een taak van de praktische filosofie (ethiek en politieke filosofie) om een antwoord op de vraag “wat te doen” te formuleren aan de hand van die concrete problemen.
| Module | : | Kosmologie (3MEN2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. H. Debacker |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Module | : | Eco-ethiek (4MEN3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. P.P.M. Harteloh |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de aard en omvang van de milieuproblematiek, de betekenis van duurzame ontwikkeling en onze plaats en positie in de natuur. |
| Inhoud | : | Een ethische reflectie op milieu- en klimaatproblemen. Een gedegen bestudering van het begrip natuur aan de hand van één der grondleggers van de filosofische praktijk;Pierre Hadot, vormt hiervoor de basis. |
| Werkvormen | : | hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - P. Hadot, The veil of Isis, an essay on the history of the idea of nature. Harvard university Press, 2006
- T. van Willigenburg, et al, Ethiek in de praktijk. Van Gorcum, 1993
|
AFSTUDEERVARIANT COUNSELLORHet beroepsgerichte deel van de opleiding bestaat uit specifieke onderdelen, gericht op het beroepsmatig kunnen functioneren in filosofische praktijk, de praktijk van de journalistiek, redactie of onderwijspraktijk.
| Module | : | De filosofische praktijk (2DFP1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. P. Harteloh |
| Doelstelling | : | in Ontwikkeling |
| Inhoud | : | In ontwikkeling |
| Werkvormen | : | Werk-, en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen., [?] [?]
|
| Module | : | Observatiestage (2PST1) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Dr. P. Harteloh |
| Doelstelling | : | Eerste praktische kennismaking met het beroepsveld van de Counsellor / filosofisch consulent. |
| Inhoud | : | De student gaat drie dagdelen naar een praktijk of maatschappelijke organisatie. In deze eerste stage wordt aan de student de mogelijkheid geboden om zich te orienteren in het werkveld van de filosofische praktijk. |
| Werkvormen | : | Een aantal dagdelen observerend aanwezig zijn in een (praktijk)instelling van een counselor of filososfisch consulent of maatschappelijke organisatie. Het schrijven van een verslag over de leer-ervaringen en het voeren van een evaluatief gesprek. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het stageverslag. Evaluatie (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen., [?] [?]
|
| Module | : | Filosofische en methodische gespreksvoering (3MGV1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dra. I.T Tuinman |
| Doelstelling | : | Het leren van filosofische-, en methodische gespreksvoering, het realiseren van gerichtheid op zingeving en existentie en het leren werken met casuistiek. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt geschonken aan benadering van de thematiek in termen van het model van zingeving of dat van de existentiele benadering. Methodiek ontwikkelen en leren is ondenkbaar zonder casuistiek. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege: bespreken van casuistiek; gespreksvormen, rollenspel, opdrachtsvorm. Regelmatig zullen oefenopdrachten worden gegeven ter voorbereiding op de volgende bijeenkomst. |
| Toetsvorm | : | Werkopdracht: methodische reflectie op een gesprek. |
| Literatuur | : | - Mooren, J.H.M. (red.) (1999)., Bakens in de Stroom: naar een methodiek van het humanistisch geestelijk werk. Utrecht, Uitgeverij SWP.
- Viorst, J. (1998), Allerlei vormen van overgave In: Greep op het leven: Ons levenslange gevecht tegen macht en overgave. Amsterdam, Uitgeverij Anthos.
|
| Module | : | Het socratisch gesprek (2TGV2) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Dr. P. Harteloh |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de kernbegrippen van de socratische methode en de vaardigheid in het voeren van een z.g. socratisch gesprek. |
| Inhoud | : | Het socratisch gesprek is een manier om samen na te denken over een onderwerp. Er wordt gebruik gemaakt van elkaars inzichten, ervaringen en kennis. Uitgangspunt van het gesprek is een filosofische vraag. |
| Werkvormen | : | hoor-, werk-, en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Bedrijfsvoering en management (4BVM1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. mr. A.F.M. Dekkers |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in bedrijfseconomische aspecten voor het opzetten en uitvoeren van een praktijk. |
| Inhoud | : | In deze module staat het opzetten en uitvoeren van een praktijk centraal. Aandacht wordt besteed aan de marktwerking, het bedrijfsprofiel en samenwerkingsverbanden. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat en het schrijven van een paper. |
| Literatuur | : | - R. Grit, Zo maak je een ondernemersplan. Groningen, 2008
|
| Module | : | Praktijkstage |
| Omvang | : | 5 EC
Voorkennis: Het met goed gevolg afgelegde tentamen van 2PST1. De kennis en het inzicht uit module 2PST1 geldt als basis om deze participerende stage te kunnen uitvoeren. |
| Docent | : | Dr. P. Harteloh |
| Doelstelling | : | De student doet ervaring op te functioneren in een specifieke praktijksituatie. |
| Inhoud | : | Het leren functioneren in de praktijk. We kunnen hier denken aan de praktijk van een filosofisch consulentschap, functies in medisch-ethische commissies,bedrijfsmanagement, overheidsinstanties en/of wetenschappelijke bureaus van politieke partijen. |
| Werkvormen | : | stage-lopen, verslag schrijven. De stage is participerend. De stage dient te worden aangevat voor eind september van het 4e cursusjaar en afgesloten voor het begin van de voorjaarsvakantie. |
| Toetsvorm | : | beoordeling van het eindverslag |
| Literatuur | : | - C. Hartog den & H. Schrijen, Stage als leerproces Baarn, 1983
- C. Huurman, Stage, lerend werken, werkend leren. Baarn, 1987
- H.J. Zier, Voor het eerst supervisie. Groningen, 1988.
|
| Module | : | Inter- en groepssupervisie (4GSV1) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Dr. W. Smeets (Centrum Klinische Vorming, Radboud Universiteit Nijmegen) |
| Doelstelling | : | De student verdiept zich in het eigen functioneren en het ontwikkelen van een persoonlijke en professionele identiteit. |
| Inhoud | : | Bespreking van werkverslagen uit de stage; theoretische verheldering. |
| Werkvormen | : | Hoor- en responsiecollege, verbatum analyse. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het eindverslag. |
AFSTUDEERVARIANT LERAARHet beroepsgerichte deel van de opleiding bestaat uit specifieke onderdelen, gericht op het beroepsmatig kunnen functioneren in filosofische praktijk, de praktijk van de journalistiek, redactie of onderwijspraktijk.
| Module | : | Onderwijskunde (2ONK1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. N. Buwalda |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de verschillende soorten van leren en
leertheorieen en leerproblemen in de onderwijspraktijk. |
| Inhoud | : | In deze modulen wordt aandacht besteed aan de verschillende vormen van leren,
leermethodische opvattingen, onderwijsleerprocessen en het model voor didactische analyse (het DA-model). |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- R. Standeart & F. Troch, Leren onderwijzen. Inleiding in de algemene didactiek. [?]
- R. Standaert en F. Troch, onderwijzen. Inleiding in de algemene didactiek Acco Amersfoort
b) Aanbevolen:
- A.K. Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek [?]
|
| Module | : | Didactiek 1 (2PRD1) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. N. Buwalda |
| Doelstelling | : | Het verwerven van kennis, inzicht en vaardigheden in het gebruik van didactische werkvormen, vormen van leren, mediagebruik en nderwijsleerprocessen. |
| Inhoud | : | Inleiding in de algemene- en vakdidactiek, werkvormen en mediagebruik in de onderwijspraktijk, een inleiding in de didactische analyse (DA) en het werken met het DA-model. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Module | : | Observatiestage (2PST1) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | Eerste praktische kennismaking met het beroepsveld van de onderwijspraktijk. |
| Inhoud | : | De student gaat drie dagdelen naar een onderwijsinstelling. In deze eerste stage wordt aan de student de mogelijkheid geboden om zich te orienteren in de onderwijspraktijk.
Het observeren van een onderwijsleersituaties en bespreken van de stagepraktijk. |
| Werkvormen | : | Een aantal dagdelen observerend aanwezig zijn in een instelling voor het basis-, of voortgezet onderwijs. Het schrijven van een verslag over de leerervaringen en het voeren van een evaluatief gesprek met de stagedocent. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het stageverslag. Evaluatie (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | - door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Didactiek 2 (3PRD2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. N. Buwalda |
| Doelstelling | : | het verwerven van nadere kennis en ontwikkelen van vaardigheden in het gebruik van didactische werkvormen, vormen van leren, mediagebruik en
onderwijsleerprocessen. Het verkrijgen van kennis van verschillende werkvormen binnen het onderwijs en media. |
| Inhoud | : | Het maken van een lesontwerp en het samenstellen van drie lessen, de vakdidactiek, de werkvormen en mediagebruik van de onderwijspraktijk. Inleiding in de didactische analyse (DA); werken met het DA-model. |
| Werkvormen | : | hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | het maken van twee lesontwerpen en uitvoeren van twee lessen met onderling verschillende werkvormen. |
| Literatuur | : | - A.K. Ploeger, Inleiding in de godsdienstpedagogiek. Kampen, 1993
- R. Standaert en F. Troch, Leren onderwijzen. Inleiding in de algemene didactiek. Acco Amersfoort.
|
| Module | : | Pedagogiek (3PRP1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. K. de Wildt |
| Doelstelling | : | het verkrijgen van kennis van enkele pedagogische grondbegrippen en inzicht in de relevantie ervan voor de onderwijs- en pedagogische praktijk van de school, maatschappelijke organisaties, bedrijfsleven of defensie. |
| Inhoud | : | Ingegaan wordt op de vraag wat pedagogiek is. Enkele kernpunten en theoretische benaderingen m.b.t. de onderwijspraktijk worden besproken. |
| Werkvormen | : | hoorcollege |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - W.A.J. Meijer, Perspectieven op mens en opvoeding Nijkerk, 1995
- W.A.J. Meijer, D. Benner, en J.D. Imelman, Algemene pedagogiek en culturele diversiteit. Nijkerk, 1992
|
| Module | : | Methoden-analyse (4PRM3) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Dra. N. Buwalda |
| Doelstelling | : | het verkrijgen van kennis, inzicht en vaardigheden van leerplanontwikkeling en methoden-onderzoek. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan de praxis van leerplanontwikkeling en methoden-onderzoek |
| Werkvormen | : | Practicum |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets |
| Literatuur | : | - Door docent nader op te geven., [?] [?]
|
| Module | : | Praktijkstage leraar in opleiding(4PST2) |
| Omvang | : | 5 EC
Voorkennis: Het met goed gevolg afgelegde tentamen van 2PST1. De kennis en het inzicht uit module 2PST1 geldt als basis om deze participerende stage te kunnen uitvoeren. |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | De student doet ervaring op in concrete (les)situaties in de onderwijspraktijk. |
| Inhoud | : | Het leren functioneren in de onderwijspraktijk. |
| Werkvormen | : | stage-lopen, verslag schrijven. De stage is participerend. De stage dient te worden aangevat voor eind september van het 4e cursusjaar en afgesloten voor het begin van de voorjaarsvakantie. |
| Toetsvorm | : | beoordeling van het eindverslag |
| Literatuur | : | - C. Hartog den & H. Schrijen, Stage als leerproces Baarn, 1983
- C. Huurman, Stage, lerend werken, werkend leren. Baarn, 1987.
|
AFSTUDEERVARIANT MEDIA EN CULTUURHet beroepsgerichte deel van de opleiding bestaat uit specifieke onderdelen, gericht op het beroepsmatig kunnen functioneren in filosofische praktijk, de praktijk van de journalistiek, redactie of onderwijspraktijk.
| Module | : | Observatiestage (2PST1) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | Eerste praktische kennismaking met het beroepsveld van de journalistiek, de media-, of redactiepraktijk. |
| Inhoud | : | De student gaat drie dagdelen naar een mediapraktijk van de (semi)overheid,
bedrijfsleven of maatschappelijke organisatie. In deze eerste stage wordt aan de student de mogelijkheid geboden om zich te orienteren in de mediapraktijk. |
| Werkvormen | : | Een aantal dagdelen observerend aanwezig zijn in het beroepsveld van de journalistiek of mediapraktijk. Het schrijven van een verslag over de praktijk ervaringen en het voeren van een evaluatief gesprek met de stagedocent. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het stageverslag. Evaluatie (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | - door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Journalistieke- en redactionele vaardigheden (3MEC1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | Studenten maken kennis met de grondbegrippen van de journalistiek en media en verkrijgen vaardigheden in de redactiepraktijk en de relevantie ervan voor de journalistiek, de mediapraktijk van overheid, maatschappelijke organisaties of bedrijfsleven. |
| Inhoud | : | Enkele kernpunten en theoretische benaderingen m.b.t. redactionele vaardigheden en journalistieke competenties worden besproken en ingeoefend. |
| Werkvormen | : | hoorcollege |
| Toetsvorm | : | hoor- en werkcollege |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Massamedia en communicatie (4MC2) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in het gebruik van massamedia en de relevantie ervan voor de journalistiek en redactiepraktijk van maatschappelijke organisaties en bedrijfsleven. Het gebruik van apparatuur. |
| Inhoud | : | Ingegaan wordt op de vraag wat de invloed van massamedia en communicatie op het publieke domein is. Enkele kernpunten, de theoretische benaderingen, de diverse functies en de invloed op een samenleving worden besproken. |
| Werkvormen | : | hoorcollege. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Literatuur | : | - Door docent nader te bepalen, [?] [?]
|
| Module | : | Praktijkstage media en cultuur (4PST2) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slagter |
| Doelstelling | : | De student doet ervaring op in de mediapraktijk. |
| Inhoud | : | Het leren functioneren in de journalistiek, de media-, of redactiepraktijk. |
| Werkvormen | : | stage-lopen, verslag schrijven. De stage is participerend. De
stage dient te worden aangevat voor eind september van het 4e cursusjaar en
afgesloten voor het begin van de voorjaarsvakantie. |
| Toetsvorm | : | beoordeling van het eindverslag |
| Literatuur | : | - C. Hartog den & H. Schrijen, Stage als leerproces Baarn, 1983
- C. Huurman, Stage, lerend werken, werkend leren. Baarn, 1987.
- H.J. Zier, Voor het eerst supervisie. Groningen, 1988.
|
| Module | : | Inter- en groepssupervisie (4GSV1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. W. Smeets (Centrum Klinische Vorming, Radboud Universiteit Nijmegen) |
| Doelstelling | : | De student verdiept zich in het eigen functioneren en het ontwikkelen van een persoonlijke en professionele identiteit. |
| Inhoud | : | Bespreking van werkverslagen uit de stage; theoretische verheldering. |
| Werkvormen | : | Hoor- en responsiecollege, verbatum analyse. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het eindverslag. |
SCRIPTIETRAINING| Module | : | Scriptietraining (4SCT) |
| Omvang | : | 2 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis m.b.t. het opstellen van een werkplan dat bestaat uit: het kiezen en afbakenen van een onderwerp, het produceren van een titel, inleiding, vraagstelling en de vaardigheid een ordelijke wetenschappelijke verhandeling te schrijven. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de stappen in de totstandkoming van een scriptie, zoals het formuleren en inperken van een vraagtelling en het formuleren van deelvragen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Het maken van een scriptieplan (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | - Warna Oosterbaan, Het schrijven van een leesbare scriptie. NRC Handelsblad, Rotterdam, 1999.
|
EINDSCRIPTIE| Module | : | Eindscriptie (4SCR) |
| Omvang | : | 10 EC (afstudeervariant Counsellor/ Filosofisch consulent en Journalistiek & Media 12 EC) |
| Docent | : | Begeleider / vakdocent |
| Doelstelling | : | De student geeft er blijk van in staat te zijn zelfstandig met bronnenmateriaal om te gaan, hieruit essenties te kunnen distilleren en een zelfgekozen onderwerp op samenhangende wijze schriftelijk te kunnen uitwerken. |
| Inhoud | : | De student heeft vrije keuze van onderwerp, mits dit onderwerp ook naar het oordeel van de vakdocent duidelijk ligt of gerelateerd is binnen één of meer kerngebied(en) van de opleiding. |
| Werkvormen | : | De student maakt een scriptie die voldoet aan de richtlijnen van de opleiding. |
| Toetsvorm | : | Toetsing vindt plaats door beoordeling van de scriptie. |
| Literatuur | : | - H. Oosterbaan, Het schrijven van een leesbare scriptie. NRC Handelsblad, Rotterdam 1999;
- A.J. Blaau en D. de Costa, Afstuderen. Utrecht, 1991. Aula boek
- U. Ecco, Hoe schrijf ik een scriptie? Amsterdam, 1986. Bert Bakker
- H.A. Lamers, [?] Bussum, 1983, Couthino
- E. Wardenaar en M. Miranda, Scriptieproblemen. Onderwijskundige informatie voor het Hoger Onderwijs. Utrecht, 1983, Aula boek
- M. Tol-verkuil, Van opzet tot opmaak, een stappenplan voor het maken van verslagen en scripties. Bussum, 1994, Coutinho.
|