Energetisch Therapeut
Hoofdfase
De hoofdfase van de opleiding Energetisch Therapeut wordt gevormd door het 2e, 3e en 4e studiejaar.
Studieprogramma hoofdfase
GESCHIEDENIS ENERGETISCHE GENEESWIJZE| Module | : | Heelkunde in Renaissance en Verlichting (3GPG2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Drs. J. Slavenburg |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de (vernieuwende) ontwikkeling van de natuurgeneeswijzen ten tijde van de Renaissance en verlichting. |
| Inhoud | : | Het leven en leer van Theophrastus von Hohenheim (Paracelsus) staat centraal. Paracelsus wordt als een vernieuwer gezien in de traditie van de natuurgeneeswijze. Voor het eerst in de West-Europese geschiedenis wordt er een samenhangende theorie over geneeswijzen opgesteld. Aandacht wordt besteed aan de alchemie en de mystiek-magische geschriften van Paracelsus en de priesterarts Marsilo Ficino. Hierbij zal de geneeskundige wijsbegeerte in hoofdlijnen onder de aandacht worden gebracht. Bijzondere aandacht wordt besteed aan Franz Anton Mesmer en Markies De Puységur. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege, opdrachtsvorm. |
| Toetsvorm | : | Het schrijven van een paper. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- K. Bielau (red.),, De Artsenij-het Woord Gods. Haarlem, 2006. Vert. van: Paracelsus, Die Artnei %u2013 das Wort Gottes. Birnbach, 2004;
- W. Gysen,, Franz Anton Mesmer. Tilburg, 2001;
- J. Vijselaar,, De magnetische geest. Nijmegen, 2001.
b) Aanbevolen:
- E. Kaiser,, Paracelsus. Reinbek, 1969;
- Paracelsus,, Artsen op dwaalwegen. Vert. van (1575): Labyrinthus medicorum errantium. Ossendrecht, 2003;
- Paracelsus,, Wat ons ziek en gezond maakt. Vert. van: Volumen medicinae paramirum de medica -industria (1575). Ossendrecht, 2004;
|
DSM IV; PSYCHODIAGNOSTIEK| Module | : | Psychodiagnostiek en classificatie (3DSM1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dra. J. van Ham |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in de groepering van psychische stoornissen en syndromen. |
| Inhoud | : | Het belangrijkste organisatieprincipe in de DSM-IV is het groeperen van stoornissen aan de hand van de belangrijkste symptomen en klachten. Behandeld wordt het schema van psychiatrische symptomen en klachten van depressieve stemmingen, angst, cognitieve stoornissen, problematisch gebruik van een middel, slaapstoornissen en psychotische symptomen. |
| Werkvormen | : | Hoor- werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Literatuur | : | - {5:id}, DSM %u2013 IV Patientenzorg. Lisse, 1996. Bewerkte vertaling van: DSM %u2013 IV, Primary Care, International edition;
- G.A.S. Koster van Groos (vert.),, DSM %u2013 IV Caseboek. Lisse, 2000;
- J. Cullberg,, Moderne psychiatrie. Baarn, 1996.
|
SCRIPTIETRAINING| Module | : | Scriptietraining(4SCT) |
| Omvang | : | 2 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis m.b.t. het opstellen van een -werkplan dat bestaat uit: het kiezen en afbakenen van een onderwerp, het produceren van een titel, het schrijven van een inleiding met vraagstelling en vaardigheid een ordelijke wetenschappelijke verhandeling te schrijven. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de stappen in de totstandkoming van een scriptie, zoals het formuleren en inperken van een vraagtelling en het formuleren van deelvragen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege. |
| Toetsvorm | : | Het maken van een scriptieplan (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | - Warna Oosterbaan, Het schrijven van een leesbare scriptie. NRC Handelsblad, Rotterdam, 1999.
|
EINDSCRIPTIE| Module | : | Eindscriptie (4SCR) |
| Omvang | : | 10 EC |
| Docent | : | Begeleider / vakdocent |
| Doelstelling | : | De student geeft er blijk van in staat te zijn zelfstandig met bronnenmateriaal om te gaan, hieruit essenties te kunnen distilleren en een zelfgekozen onderwerp op samenhangende wijze schriftelijk te kunnen uitwerken. |
| Inhoud | : | De student heeft vrije keuze van onderwerp, mits dit onderwerp ook naar het oordeel van de vakdocent duidelijk ligt of gerelateerd is binnen een of meer kerngebied(en) van de opleiding. Te weten: Geschiedenis energetische geneeswijze, Parapsychologie, Filosofie, Psychologie, Medische basiskennis, Theorie energetische geneeswijze, Sociale wetenschappen en Ethiek. |
| Werkvormen | : | De student maakt een scriptie die voldoet aan de richtlijnen van de opleiding. |
| Toetsvorm | : | Toetsing vindt plaats door beoordeling van de scriptie. |
| Literatuur | : | - H. Oosterbaan, Het schrijven van een leesbare scriptie. NRC Handelsblad. Rotterdam, 1999;
- A.J. Blaau en D. de Costa, Afstuderen. Utrecht, 1991, Aula boek;
- U. Ecco, Hoe schrijf ik een scriptie? Amsterdam, 1986;
- H.A. Lamers, Hoe schrijf ik een wetenschappelijke tekst? Bussum, 1983, Couthino;
- E. Wardenaar en M. Miranda, Scriptieproblemen. Onderwijskundige informatie voor het Hoger Onderwijs. Utrecht, 1983, Aula boek;
- M. Tol-verkuil, Van opzet tot opmaak, een stappenplan voor het maken van verslagen en scripties. Bussum, 1994.
|
PRAKTIJKSTAGE| Module | : | Praktijkstage (4PST2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Drs. J. A. Mink, dr. W. Smeets |
| Doelstelling | : | Het in de praktijk leren functioneren als energetisch therapeut. |
| Inhoud | : | Hier leert de student in de praktijk functioneren als energetisch therapeut. Begeleiding gebeurt in het werkveld, door een praktisch- therapeutisch geschoolde werkbegeleider en in de opleiding tijden de groepssupervisie, waarmee de stage parallel loopt. De stage dient te worden aangevat voor eind september van het 4e cursusjaar en afgesloten voor het begin van de voorjaarsvakantie. |
| Werkvormen | : | Stage-lopen, verslag schrijven. De stage is participerend. De stage vindt plaats bij een instelling of praktijk die voldoende mogelijkheden biedt tot het (verder) ontwikkelen van praktisch- therapeutische vaardigheden. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het verslag. |
| Literatuur | : | - C. den Hartog & H. Schrijen, Stage als leerproces. Baarn, 1983;
- C. Huurman,, Stage, lerend werken, werkend leren. Baarn, 1987.
|
PARAPSYCHOLOGIEDe parapsychologie houdt zich o.a. bezig met onderzoek naar vermogens en verschijnselen die zich niet zo makkelijk lijken in te passen in het klassieke natuurwetenschappelijke denken. Parapsychologisch onderzoek heeft b.v. duidelijk gemaakt dat er een psychisch, mentaal en een energetisch proces tussen mensen kan bestaan dat invloed heeft op genezingsprocessen. Dit energetisch proces is (o.a.) onderwerp van parapsychologisch onderzoek, evenals waarnemingsvormen die niet met de normale zintuiglijkheid te verklaren zijn.
| Module | : | De religieuze ervaring (2PPS1) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | Studenten verkrijgen kennis van vormen en type van bijzondere menselijke ervaringen en inzicht in de interpretatie en analyse. |
| Inhoud | : | Religies en religieuze filosofieen hanteren de hypothese dat er andere niveaus van werkelijkheid bestaan achter het fysieke, waar de beperkende beginselen van onze ruimte, tijd en sterfelijkheid niet van toepassing zijn. In die andere niveaus van werkelijkheid speelt niet alleen de theoretische fysica, de vorm-oorzaak-hypothese, maar ook de fenomenologie van de religieuze ervaring een belangrijke rol. Religieuze ervaring is de ervaring van mensen die claimen contact te hebben (gehad) met een werkelijkheid die uitstijgt boven de dagelijkse werkelijkheid. Het zou de waarneming zijn van het transcendente; van een sub-manifeste zijnsorde.
In deze module behandelen we de empirische analyse van vormen en type van de religieuze ervaring; de religieuze ervaring als gevoel of emotie, de religieuze ervaring als waarneembare ervaring en de religieuze ervaring als interpretatie in bovennatuurlijke termen. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan Emanuel Swedenborg (1688-1722). |
| Werkvormen | : | Hoor-, werk- en discussiecollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- W. Saanen, De rol van gevoelens en emoties in de religieuze
ervaring Utrecht, 1995;
- R. Sheldrake, A New Science of Life: the hypotheses of
formative causation London, 1981 (of Nederlandse vertaling).
b) Aanbevolen:
- A.H. Maslow, Religie en topervaring Rotterdam, 1972;
- Rudolf Otto, Het heilige Amsterdam 2002;
- F. Capra, De Tao van de fysica. Een onderzoek naar de
paralellen tussen de moderne fysica en Oosterse mystiek. Utrecht, 1994;
- H.M.M. Fortman, Als ziende de Onzienlijke. een cultuurpsychologische studie over de
religieuze waarneming en de zogenaamde religieuze projectie Hilversum, 1974;
- J.L.F. Gerding, Kant en het paranormale. Academisch proefschrift. Amsterdam, 1993;
- I. Kant, Träume eines Geistersehers, erlautert durch Träume
der Metaphysik Darmstadt, 1983 (Hrs.)
- H. Romijn, Hersenen, Geest en Kosmos. Neurobiologische,
quantummechanische en psychologische aspecten. Amsterdam, 1992;
- R. Sheldrake, Een nieuwe levenswetenschap; de hypothese
van de vormende oorzakelijkheid Wassenaar, 1983;
- R. Sheldrake, The Present of the past New York, 1989;
- J. Snell, Dienende Engelen Breda, 1992;
- J. Weima, Reiken naar oneindigheid. Inleiding tot de psycholo
gie van de religieuze ervaring Baarn, 1981.
- I. Kant, Träume eines Geistersehers, erlautert durch Träume
der Metaphysik Darmstadt, 1983 (Hrs.)
|
| Module | : | De moderne bijna-dood-ervaring (3PPS2) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | Studenten maken kennis met visies op dood en hiernamaals in bijbelhistorisch, religieusfilosofisch, psychologisch en transcendent perspectief. |
| Inhoud | : | We behandelen de bijna-dood-ervaring als religieuze ervaring en het begrip transcendentie. Na de behandeling van de inhoud en kernbegrippen wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling en inhoud van het wetenschappelijk onderzoek. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de psychologische, farmacologische, fysiologische en transcendente verklaringsmodellen die kunnen worden aangedragen voor deze buitengewone ervaring. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecolleges. |
| Toetsvorm | : | Mondeling tentamen. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- P. van Lommel,, Eindeloos bewustzijn . Kampen, 2007;
- Reader, De bijna-dood-ervaring; de status quaestionis van het wetenschappelijk onderzoek en de verklaringsmodellen. (H. Boswinkel).
- Rudolf Otto,, Het heilige. Amsterdam 2002.
b) Aanbevolen:
- I. Maso,, Onsterfelijkheid; van twijfel naar zekerheid. Kampen, 2007;
- C. Mc. Dannel & B. Lang,, Heaven, A History. Londen, 1988(of Nederlandse vertaling).
- A.H. Maslow,, Religie en topervaring. Rotterdam, 1972;
|
| Module | : | Synchroniciteit (4PPS3) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Prof. dr. J.L.F. Gerding |
| Doelstelling | : | De studenten maken kennis met enkele thema%u2019s en theorieën uit de Jungiaanse begrippenleer en verkrijgen kennis van en inzicht in het verbindend principe dat door C.G. Jung synchroniciteit wordt genoemd. |
| Inhoud | : | Het komt voor dat gebeurtenissen zo toevallig zijn en eigenaardig, dat men naar een verklaring zoekt, terwijl meteen duidelijk is dat die verklaring moeilijk te vinden zal zijn. C.G. Jung komt tot de conclusie dat hier sprake is van a-causale relaties die door betekenis verbonden zijn; door hem synchroniciteit genoemd. Aan de hand van de Jungiaanse begrippenleer worden spontane en ook zelf ingebrachte betekenisvolle toevallige gebeurtenissen bestudeerd waarin het fysische en het psychische samenvallen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de rol die deze ervaringen spelen in het proces van zelfverwerkelijking, door Jung %u2018individuatie%u2019 genoemd. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat over een ervaringsgerichte en/of een zelfgekozen casus. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Angela en Theodoor Seifert, Toeval bestaat niet. Over synchroniciteit en zinvol toeval. Baarn, 2002;
- I. Maso, De zin van het toeval. Baarn, 1997.
b) Aanbevolen:
- C.G. Jung, Synchroniciteit. Een acausaal, verbindend beginsel, Rotterdam, 1993;
- M.L. Von Franz, Over voorspellen en synchroniciteit.
De psychologie van het betekenisvolle toeval. Amsterdam, 1984.
|
MEDISCHE BASISKENNISAandacht wordt besteed aan het medisch discours, de medische terminologie, bouw en functie van het menselijk lichaam, (psycho)somatische aspecten van ziek zijn en ziektebeelden en indicatie en toepassing van geneesmiddelen.
| Module | : | Anatomie (2MBK2) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Dra. J.van Ham |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt primaire kennis van anatomie en de onderlinge samenhang met de fysiologie. |
| Inhoud | : | Bouw en functie van het menselijk lichaam. |
| Werkvormen | : | Hoorcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten. |
| Literatuur | : | - C.A. Bastiaanse en A.A.F. Jochems, Anatomie en fysiologie. [?]
- D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken, Beknopte integrale ziekteleer. [?]
- A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.), Zakwoordenboek der Geneeskunde Arnhem, 1993
|
| Module | : | Fysiologie (2MBK3) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Dra. J.van Ham |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt primaire kennis van fysiologie en de onderlinge samenhang met de anatomie. |
| Inhoud | : | Bouw en functie van het menselijk lichaam. |
| Werkvormen | : | Hoorcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten. |
| Literatuur | : | - C.A. Bastiaanse en A.A.F. Jochems, Anatomie en fysiologie. [?]
- - D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken, Beknopte integrale ziekteleer; [?]
- A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.), Zakwoordenboek der Geneeskunde Arnhem, 1993.
|
| Module | : | Aandoeningen en ziektebeelden (pathologie) (3MBK4) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dra. J. van Ham |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in het verloop, de behandeling en de duur van (psycho)somatische en pathologische aandoeningen en ziektebeelden bij mensen in de verschillende levensfasen. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan aangeboren afwijkingen, nieuwvormingen, gevolgen van veroudering, infecties en intoxicaties. |
| Werkvormen | : | Hoorcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten. |
| Literatuur | : | - C.A. Bastiaanse en A.A.F. Jochems, Anatomie en fysiologie; [?]
- D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken, Beknopte integrale ziekteleer; [?]
- A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.), Zakwoordenboek der Geneeskunde. Arnhem, 1993.
|
| Module | : | Aandoeningen en ziektebeelden (pathologie) (4MBK4) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. J. van Ham (arts) |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van en inzicht in het verloop, de be-handeling en de duur van (psycho)somatische en pathologische aandoeningen en ziektebeelden bij mensen in de verschillende levensfasen. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan aangeboren afwijkingen, nieuwvormingen, gevolgen van veroudering, infecties en intoxicaties. |
| Werkvormen | : | Hoorcollege. |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 100 minuten. |
| Literatuur | : | - C.A. Bastiaanse en A.A.F. Jochems,, Anatomie en fysiologie; [?]
- D. de Veer, P. de Reus en P. Bocken,, Beknopte integrale ziekteleer; [?]
- A.A.F. Jochems en F.W.M.G. Joosten (red.),, Zakwoordenboek der Geneeskunde. Arnhem, 1993.
|
THEORIE ENERGETISCHE GENEESWIJZEWe behandelen de achtergronden, methodiek en theorievorming van de energetische geneeswijze die nuttig of nodig zijn voor het integratief proces tussen theorie en praktijk.
| Module | : | Wijsgerige antropologie; de verhouding ziel-lichaam (2TPG2) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in wijsgerige antropologische grondbegrippen en denkbeelden, die voor de paranormaal/energetisch therapeut een bijzondere relevantie hebben. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan denkbeelden over de verhouding van de ziel tot het lichaam. In esoterische mensbeelden komt de overtuiging voor dat de mens, behalve het fysieke lichaam, ook een andere lichamelijke vorm heeft die is opgebouwd uit een andere soort materie dan de gewone stof. Lichaam en ziel zijn namelijk zo verschillend van aard, dat zij zonder een tussenschakel geen contact zouden kunnen hebben. De denkbare mogelijkheid van een stoffelijke meervoudigheid is een verwaarloosd thema in het Westers denken. Het concept vindt zijn oorsprong in enkele van de vroegste spirituele teksten uit India, Egypte, de Griekse (antieke) wijsbegeerte en handhaafde zich in het Oude- en Nieuwe Testament. Behandeld worden themas uit de metafysica van de belangrijkste filosofen en het begrip transcendentie. Aan de orde komen de Pro-socraten, Socrates, Plato en Aristoteles met een uitloop naar de Stoa, het Hellenisme en het Neo- platonisme. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Literatuurtentamen; het maken van een samenvattend leesverslag. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- Gerding, Het voertuig van de ziel. Het fijnstoffelijk lichaam; beleving, geschiedenis en onderzoek. Deventer, 2000
- Reader zijnsleer, Reader, Zijnsleer: over dualisme en pluralisme [?]
- H. van Dongen & J.L.F. Gerding, Het voertuig van de ziel. Het fijnstoffelijk lichaam; beleving, geschiedenis en onderzoek. Deventer, 1993;
b) Aanbevolen:
- L. Dossey, Voorbij het lichaam Deventer, 2000.
- H.J. Storig, H.J. Störig, Geschiedenis van de filosofie. Deel I. Utrecht, 2000 (pgs. 111-224)
|
| Module | : | Effectenonderzoek energetische geneeswijze (4TPG3) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Dr. E. van Wijk, Drs. H. Boswinkel |
| Doelstelling | : | De student verwerft kennis van resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van de energetische geneeswijze en inzicht in de belangrijkste achtergronden en werkwijze van een aantal energetisch therapeuten. |
| Inhoud | : | Bij gezondheid en ziekte spelen factoren een rol die klaarblijke-lijk van een hogere orde zijn dan de wetten van de (klassieke) natuurkunde en chemie. Het vraagstuk waarom een mens ziek wordt en wat hem wederom gezond maakt is kennelijk veel gecompliceerder dan tot voor kort werd aangenomen.
In dit college benaderen we zowel de reguliere als de energeti-sche (complementaire) geneeswijze met een strikt wetenschappelijke houding. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de actualiteit en de effectiviteit van de energe-tische geneeswijze.
We analyseren enkele energetische therapeuten. Aan de orde komen o.a. B.A. Brennan, Gerard Croiset, Harry Edwards, Mat-thew Manning, Stephany Merges en Keith Sherwood. De student geeft een analyse en stelt hun therapie bloot aan een kritisch onderzoek. Waar mogelijk zoekt hij naar logische verklaringen en licht hij de werk- en denkwijze toe. |
| Werkvormen | : | Hoor-, werk- en discussiecollege. Lezen van teksten, schrijven van een paper. |
| Toetsvorm | : | Deeltentamen A: het houden van een referaat (30 min), waarin de positie van de student en de reflectie op het eigen handelen duidelijk wordt.
Deeltentamen B: het maken van een kort werkstuk, als preambule op de scriptie, met inhoud een (literatuur)vergelijking van een energetisch therapeutisch gerelateerd onderwerp, met een omvang van ± 5 pgs. |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- A. Goswami, De Kwantum dokter. een nieuwe wetenschap van gezondheid en genezing. Utrecht, 2007;
- R. Gerber, Handboek energetische geneeskunde. Haarlem, 1997;
- J.W. Linschoten, Energietherapie en psychotherapie. Overdacht van energie bij mensen met (zware) psychische problematiek. Utrecht, 2002. Internet: www.gophet.nl;
- 2 readers, [?] (H. Boswinkel) en schriftelijke preparaties (studenten).
b) Aanbevolen:
- C. Headley, Handoplegging binnen de dienst der genezing in de plaatselijke gemeente. Sliedrecht, 1997;
|
MEDISCHE SOCIOLOGIEBesproken worden enkele belangrijke paradigma’s en thema’s van de sociale (medische) wetenschappen over de aard en organisatie van de gezondheidszorg zoals; de sociaal-historische ontwikkelingen rond ziekte en zorg, de kwaliteit en organisatie van het zorgsysteem en het proces van professionalisering van de diverse beroepsgroepen.
| Module | : | Organisatie Nederlandse gezondheidszorg (2MSO1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. mr. A.F.M. Dekkers |
| Doelstelling | : | De studenten verkrijgen kennis en inzicht in de organisatie van de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening in Nederland, het beroepsprofiel, het juridische karakter van de therapeutische relatie en is in staat dit in het eigen beroepsmatige handelen te verwerken. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we aandacht aan de organisatie van de Nederlandse gezondheidszorg en vormen van hulpverlening. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan het ontwikkelen van een individueel beroepsprofiel, de specialisatie en samenwerking 1e en 2e lijn; het case- en disease-management |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege, opdrachtvormen, gespreksvormen, rollenspel. |
| Toetsvorm | : | Praktische opdrachten |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- J.M.D. Boot, Organisatie van de gezondheidszorg. Assen, 2007.
b) Aanbevolen:
- C. Aakster, Medische sociologie Groningen, 2005.
|
THERAPEUTISCH GESPREKSVOERING| Module | : | Het helpende gesprek (4TGV2) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Dra. N. Tuinman |
| Doelstelling | : | Het ontwikkelen van verschillende gespreksvaardigheden die van belang zijn in de beroepspraktijk van de zingevingtherapeut en het gesprek kunnen analyseren op het gebruik van deze vaardigheden. |
| Inhoud | : | Aandacht zal worden besteed aan de eigen subjectieve invulling van het contact met clienten in het algemeen en de theorie en praktijk in het bijzonder. Aan de orde komen de cliëntgerichte benadering (C. Rogers), het gespreksmodel (G. Egan), luistervaardigheden (Dillon) en regulerende vaardigheden (De Groot). |
| Werkvormen | : | Practicum; rollenspel, gespreksvormen. De verschillende ge-sprekstechnieken worden besproken, geobserveerd en geoefend in kleine groepen. |
| Toetsvorm | : | Praktijkopdrachten (aanwezigheidsplicht!). |
| Literatuur | : | a) Verplicht:
- G. Lietaer, G. van Aerschot, J. Snijders, R.J. Takens (Red.),, Handboek gesprekstherapie. Utrecht, 2008;
- G. Lang, & H.T. van der Molen,, Psychologische gespreksvoering: een basis voor hulpverlening. Baarn, 1992;
- H. Kirschenbaum & L. Henderson (Eds),, The Carl Rogers Reader. London, 1990.
b) Aanbevolen:
- G. Egan, Deskundig hulpverlenen. Een model, vaardigheden en methoden. Assen, 1997;
- J. Stevens,, In gesprek met een ander. Apeldoorn, 1990.
- M. van Kalmthout, Psychotherapie en de zin van het bestaan. Amsterdam, 2007;
|
PSYCHOLOGIE VOOR DE GEZONDHEIDSZORGVeel mensen die een hulpverlener consulteren doen dit vanwege psychische klachten. Kennis van ziektebeelden en het besef dat een aantal psychische stoornissen eerder in aanmerking komen voor psychotherapie dan voor een energetische behandeling zijn van groot belang voor de therapeut. Ook al omdat veel patiënten die teleurgesteld zijn door de reguliere medische zorg zich melden in het ‘alternatieve circuit’. Aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de analytische psychologie, de sociale psychologie en psychopathologie.
| Module | : | Psychopathologie en geestelijke gezondheid (3PSY1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Drs. J.A. Mink |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van (klinisch)psychologische beginselen die gericht zijn op het herkennen van psychopathologische en psychosomatische theorievorming rond de verhouding van geestelijke gezondheid/ongezondheid en inzicht in het verschijnsel overdacht en tegenoverdracht. |
| Inhoud | : | Aandacht wordt besteed aan de essentiele kenmerken van neurose, psychose, borderlinestoornissen en (psycho)pathologische gedragspatronen. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Het maken van een werkstuk met een omvang van 7 tot 10 pgs. excl. |
| Literatuur | : | - J. Cullberg, Moderne psychiatrie; een psychodynamische benadering Baarn, 1995.
- K. Meijer, Handboek psychosomatiek Baarn, 1995, pgs. 13 %u2013 91.
|
| Module | : | Chronische en terminale patienten (4PSY2) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Drs. J.A. Mink |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt kennis van enkele theorieen vanuit de analytische psychologie over gevoelens en emoties van chronisch en terminale patienten. |
| Inhoud | : | Uitgebreid zal worden ingegaan op de begeleiding en beleving van de patient met een chronische ziekte en de stadia in het stervensproces. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Take-home tentamen. |
| Literatuur | : | - R. Bruntink, Een goede plek om te sterven. Palliatieve zorg in Nederland Apeldoorn, 2002;
- E. Kubbler-Ross, Lessen voor levenden; gesprekken met stervenden Baarn, 1998. Pgs. 48 - 140;
- O. Reef, Je moet er maar mee leren leven. Omgaan met chronische ziekte. Baarn, 1993. Pgs. 9 - 34.
|
COMPLEMENTAIRE GENEESWIJZENElk systeem van de gezondheidszorg en vorm van geneeswijze is een product van zijn specifieke geschiedenis binnen een culturele context. Daardoor heeft elk medisch systeem een beperkte bruikbaarheid. Op medische faculteiten worden door studenten, buiten het reguliere curriculum om, studieprogramma’s over complementaire geneeswijzen met grote belangstelling gevolgd. Met als doel de geneeskunde een bredere visie te geven en een kritische discussie te kunnen voeren over additionele en complementaire vormen van geneeswijzen. We besteden aandacht aan vormen van complementaire geneeswijzen zoals; Fytotherapie, homeopathie, acupunctuur en de orthomoleculaire geneeswijze. Achtereenvolgens worden behandeld: de anamnese, de diagnostiek, de therapie, het instrumentarium en de onderzoeksresultaten.
| Module | : | Inleiding Homeopathie (2CGW2) |
| Omvang | : | 8 EC |
| Docent | : | Dr. M. Brands |
| Doelstelling | : | het verkrijgen van inleidende kennis en inzicht in de grondbegrippen en denkbeelden van de homeopathie. |
| Inhoud | : | De ontdekking en ontwikkeling van de homeopathie wordt toegeschreven aan Samuel Christian Hahneman (1755-1843). Hij ontwikkelde een behandelingssysteem op basis van het unieke principe het gelijke wordt door het gelijke genezen. De homeopathie behandelt een ziektebeeld met een middel dat bij de gezonde mens gelijkende ziekteverschijnselen opwekt en veroorzaakt. Aandacht wordt besteed aan de grondbegrippen en denkbeelden van de homeopathie. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de grondlegger van de systematische methode: Samuel Christian Hahneman en zijn Organon. |
| Werkvormen | : | Hoor- en discussiecollege. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen. |
| Module | : | Inleiding Acupunctuur (3CGW3) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. K.A. Kruithof (arts) |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van inleidende kennis van en inzicht in acupunctuur en het acupunctuur-meridiadensysteem. |
| Inhoud | : | Acupunctuur is een van de oudste methode van natuurgeneeswijze. De wetenschappelijke gemeenschap heeft de acupunctuur steeds meer geaccepteerd als direct gevolg van het onderzoek waarbij verband werd gelegd tussen gevoelloosheid voor pijn ten gevolge van acupunctuur en het vrijkomen van endorfine in het centrale zenuwstelsel. Theorieen veronderstellen dat de acupunctuurnaalden een stimulans voor de perifere zenuwen vormen. Ook al was het een populaire veronderstelling de werking van acupunctuur toe te schrijven aan het vrijkomen van endorfine, is de acupunctuur-analgesie veel complexer dan de neurochemische modellen doen vermoeden. De theorieen over acupunctuur-analgesie schieten te kort in het definieren van het potentieel van acupunctuur als multidemensionale geneeswijze, en als unieke methode van diagnose. In deze module besteden we aandacht aan acupunctuur als een multidimensionale geneeswijze. In het bijzonder aan de Chinese filosofie achter deze klassieke geneeswijze. |
| Werkvormen | : | Hoor-, discussie-, en werkcollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | door docent nader te bepalen |
| Module | : | Orthomoleculaire geneeswijze (4CGW4) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dr. M. Brands |
| Doelstelling | : | In ontwikkeling |
| Inhoud | : | In ontwikkeling |
| Werkvormen | : | Hoor-, discussie-, en werkcollege met ruimte voor eigen inbreng. |
| Toetsvorm | : | Door docent nader te bepalen |
ETHIEK VOOR DE GEZONDHEIDSZORGIn deze module wordt aandacht besteed aan de praktisch-ethische aspecten van het beroep van de
energetisch therapeut tegen de achtergrond van bestaande regelingen in de reguliere en alternatieve
gezondheidszorg en de daarbinnen functionerende organisatie.
| Module | : | Beroepsethiek (3EGZ1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Drs. M. Slachter |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt inzicht in en kennis van praktisch-ethische aspecten van het beroep van de energetisch therapeut tegen de achtergrond van bestaande regelingen in de reguliere en alternatieve gezondheidszorg en de daarbinnen functionerende organisatie. |
| Inhoud | : | Het persoonlijk beroepsmatig handelen is onderwerp van analyse en bezinning. |
| Werkvormen | : | Casusanalyse |
| Toetsvorm | : | Het maken van een werkstuk met een omvang van 7 pgs. excl. |
| Literatuur | : | - P.J. Zwart, De achtergronden van de moraal Assen, 1996;
- T. van Wiligenburg, (e.a.), Ethiek in de praktijk Assen, 1993.
|
GEZONDHEIDSRECHT EN BEDRIJFSVOERINGHet zelfstandig ondernemerschap in de (complementaire)gezondheidszorg staat centraal. Aandacht wordt besteed aan het managen van een beroepspraktijk, het verwerven van een therapeutische basishouding, de beroepsattitude en het verkrijgen van kennis over wetgeving die het maatschappelijk kader aangeeft waarbinnen het verantwoord en geoorloofd therapeutisch handelen zich afspeelt.
| Module | : | Gezondheidsrecht (3GBV1) |
| Omvang | : | 7 EC |
| Docent | : | Dr. mr. A.F.M. Dekkers |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in de wettelijke en juridische kaders van het gezondheidsrecht. en uitvoeringsregelingen van het verzekeringsstelsel waarbinnen de natuurgeneeskundig therapeut functioneert. |
| Inhoud | : | Behandeld worden de wettelijke kaders die betrekking hebben op de wetgeving van de Nederlandse gezondheidszorg o.a. de Wet op de Geneeskundige behandelingsovereenkomst (WGBO), de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG), de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), de Wet klachtenrecht clienten zorgsector (WKZ) en het medisch tuchtrecht. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de uitvoeringsregelingen van het verzekeringsstelsel, de rechtspositie van de therapeut (het ondernemingsrecht de beroepscode en kwaliteitsnormen), de rechtspositie van de patient (patientenrecht en patientenvoorlichting), en de behandelingsovereenkomst. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | Schriftelijk tentamen van 90 minuten |
| Literatuur | : | - S. Verbocht, Hoofdstukken over Gezondheidsrecht. Groningen, 2005.
|
| Module | : | Bedrijfsvoering en management (4GBV2) |
| Omvang | : | 6 EC |
| Docent | : | Dra. M. E. Rierink / Mr. dr. F. Dekkers |
| Doelstelling | : | Het verkrijgen van kennis en inzicht in bedrijfseconomische aspecten voor het opzetten en uitvoeren van een praktijk. |
| Inhoud | : | In deze module staat het opzetten en uitvoeren van een praktijk centraal. Aandacht wordt besteed aan de marktwerking, het bedrijfsprofiel en samenwerkingsverbanden. Bijzondere aandacht wordt besteed aan de organisatorische opzet, de basisbegrippen van marketing en management, verantwoorde praktijkvoering en de vereisten voor maatschappelijke acceptatie via een beroepsvereniging. |
| Werkvormen | : | Hoor- en werkcollege |
| Toetsvorm | : | Het houden van een referaat en het schrijven van een paper. |
| Literatuur | : | - R. Grit, Zo maak je een ondernemersplan Groningen, 2008.
|
PRAKTIJK ENERGETISCHE GENEESWIJZEDe student verkrijgt kennis, inzicht en vaardigheid in de verschillende handelingsvelden van de praktijk van de energetisch therapeut.
| Module | : | Diagnostische (on)mogelijkheden I (2PPG4) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Mw. E.K. van Wijnbergen Bc |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt inleidende kennis van de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut. |
| Inhoud | : | Een verkenning van de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | Patientenbehandeling (2PPG5) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Mw. E.K. van Wijnbergen Bc |
| Doelstelling | : | Het ontwikkelen van voortgezette vaardigheden in de praktijk van de patientenbehandeling. |
| Inhoud | : | Voorkennis: Het met goed gevolg afgelegde tentamen van 2PPG4. De kennis en de vaardigheid in de praktische toepassing uit mo-dule 3PPG4 geldt als basis om deze module te kunnen volgen.
Aandacht wordt besteed aan de voortgezette vaardigheid patientenbehandelingen toe te passen volgens de systematische methode van energetische interventie. In deze module wordt de praktijk van de behandeling verder inge-oefend en ruimte geboden aan een gastdocent. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | Diagnostische (on)mogelijkheden I (2PPG6) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Dra. K.A. Kruithof (arts) en Mw. E.K. van Wijnbergen Bc |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt inleidende kennis van de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut. |
| Inhoud | : | Voorkennis : Het met goed gevolg afgelegde tentamen van 2PPG5. De kennis en de vaardigheid in de praktische toepassing uit mo-dule 2PPG5 geldt als basis om deze module te kunnen volgen. Een verkenning van de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | Diagnostiek en communicatie (3PPG7) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Dra. K.A. Kruithof (arts) en Mw. S. Baaij |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt nadere kennis van de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut en vaardigheid die te kunnen communiceren. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we nadere aandacht aan de diagnostische mogelijkheden van de energetisch therapeut, zoals: helderweten, -zien, -horen, -voelen en -ruiken. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | De patientenbehandeling (3PPG8) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Mw. S. Baaij Bc |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt de vaardigheid energetische behandeling(en) toe te passen in overeenstemming met zijn begaafdheid en authenticiteit. |
| Inhoud | : | Voorkennis: Het met goed gevolg afgelegde tentamen van 3PPG7. De kennis en de vaardigheid in de praktische toepassing uit mo-dule 3PPG7 geldt als basis om deze module te kunnen volgen. In deze module wordt de praktijk van de behandeling inge-oefend in overeenstemming met de authenticiteit en visie van de student. Ruimte wordt geboden voor patientenbehandeling. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | Authenticiteit in de behandeling (3PPG9) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Mw. S. Baaij Bc |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt nadere kennis en vaardigheden behande-ling(en) toe te passen in overeenstemming met zijn authen-ticiteit. |
| Inhoud | : | In deze module wordt de praktijk van de behandeling verder ingeoefend en ruimte geboden voor externe patien-tenbehandeling. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
| Module | : | Diagnostiek en patiëntenbehandeling (4PPG10) |
| Omvang | : | 3 EC |
| Docent | : | Dra. K.A. Kruithof (arts) en Mw. De Weger-Jansen |
| Doelstelling | : | De student verkrijgt voortgezette kennis van de diagnostische (on)mogelijkheden, de vaardigheid zich een beeld te kunnen vormen van de aandoening en die te relateren aan de beginselen van de anatomie, fysiologie, pathologie en/of psychopathologie en vaardigheid behandeling(en) toe te passen in overeenstemming met eigen begaafdheid en authenticiteit. |
| Inhoud | : | In deze module besteden we nadere aandacht aan de diagnostische (on)mogelijkheden van de energetisch therapeut zoals: helderweten, -zien, -horen, -voelen en -ruiken en die te vergelijken met de reguliere diagnose. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de risicofactoren en wettelijke kaders waarbinnen een energetische diagnostiek gecommuniceerd kan worden. De behandeling worden verder ingeoefend op zodanige wijze dat de student inzicht verkrijgt in het eigen handelen, methoden en technieken in overeenstemming met zijn authenticiteit. Ruime aandacht wordt besteed aan de positie van de energetische therapie binnen de reguliere gezondheidszorg. |
| Werkvormen | : | Practicum. |
| Toetsvorm | : | Praktijktoets (deeltentamen). |
INTER- EN GROEPSSUPERVISIE| Module | : | Inter- en groepssupervisie (4GSV1) |
| Omvang | : | 5 EC |
| Docent | : | Dr. W. Smeets (Centrum KPV, Radboud Universiteit Nijmegen) |
| Doelstelling | : | De student verdiept zich in het eigen functioneren en het ontwikkelen van een persoonlijke en professionele identiteit. |
| Inhoud | : | Bespreking van werkverslagen uit de stage; theoretische verheldering. |
| Werkvormen | : | Hoor- en responsiecollege, verbatum analyse. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het eindverslag. |
| Literatuur | : | - H.J. Zier, Voor het eerst supervisie Groningen, 1988.
|
OBSERVATIESTAGE| Module | : | Observatiestage (2PST1) |
| Omvang | : | 4 EC |
| Docent | : | Drs. J.A. Mink |
| Doelstelling | : | Kennismaken met de handelingsvelden van de praktijk. |
| Inhoud | : | De student gaat acht dagdelen naar een praktijk van een energetisch therapeut of instelling voor de alternatieve gezondheidszorg. Dat kan zijn een praktijk voor integrale gezondheidszorg of een praktijk voor energetische c.q. paranormale therapie. In deze kennismakingsstage wordt aan de student de mogelijkheid geboden om zich te orienteren op de verschillende handelingsvelden van de praktijk van de energetisch therapeut. De student werkt een aantal opdrachten uit in een beknopt verslag. |
| Werkvormen | : | Stage lopen, verslag schrijven. |
| Toetsvorm | : | Beoordeling van het verslag. NB! Stageverslag in tweevoud inleveren bij het bureau onderwijs. |
| Literatuur | : | - C. Hartog den & H. Schrijen, Stage als leerproces. Baarn, 1983;
- C. Huurman, Stage, lerend werken, werkend leren. Baarn, 1987.
|