Zingeving & Spiritualiteit

Zingeving verwijst naar het gegeven dat bepaalde gebeurtenissen en omstandigheden een houding bepalen ten opzicht van het persoonlijke leven en dat van onze medemens.
In de praxis van het leven betekent dit verantwoording nemen om de juiste oplossing te vinden voor onze levensproblemen en de taken te vervullen waarvoor het leven ons nu eenmaal voortdurend stelt. 
In veel gevallen dwingen bepaalde gebeurtenissen en omstandigheden ons tot heroriëntering op het leven en de taak die we daarin willen vervullen. 

De levenstaken, en de zin van het leven, zijn voor ieder mens op ieder tijdstip verschillend. Het is daardoor ook onmogelijk een algemeen geldende definitie te geven van de zin van het leven. Vragen omtrent de zin van het leven kunnen niet met algemene beweringen worden beantwoord. Naast een abstracte betekenis van het leven is er een denkbare mogelijkheid van een specifieke levenstaak of bestemming van de mens. Een bestemming die voor ieder individu anders en uniek is. 

De studierichting Zingeving & Spiritualiteit, die in deeltijd gevolgd kan worden, refereert aan het bovenstaande. De opleiding biedt een vorming voor mensen die zich bezig willen houden met filosofische bespiegelingen over de functies van leven en dood, geluk en verdriet, ziekte en lijden, het kwaad in al zijn vormen en zich daarbij willen laten inspireren door psychotherapeutische referentiekaders, het zingevingkader van de wijsgerige antropologie, religieuze stromingen, spiritualiteit en psychosynthese.

Begripsbepaling spiritualiteit

Bij een horizontale begripsbepaling is de term spiritualiteit een geïntegreerd deel van het menselijke Zijn, dat gekenmerkt wordt door vertrouwen of het gevoel van verbondenheid met de ander. Spiritualiteit wordt dan voorgegeven in het persoonlijk leven. Voor sommigen zal dat het beste tot zijn recht komen binnen een traditionele en institutionele religie, anderen combineren religieuze systemen met verschillende filosofische opvattingen, weer anderen ervaren spiritualiteit op een meer persoonlijke manier buiten alle systemen om.  

Bij een verticale begripsbepaling kan spiritualiteit, in beginsel, begrepen worden als het geestelijke of het immateriële. In de context van spiritualiteit, is het nuttig het immateriële te duiden als het transcendente; een submanifeste zijnsorde achter het fysieke en de ons bekende zichtbare werkelijkheid. In bespiegelingen over die andere zijnsorde speelt het rationele, het menselijk denkvermogen, een belangrijke rol.

Spiritualiteit is toegankelijk voor het menselijke denkvermogen in de vorm van definieerbare begrippen en het ervaren van het transcendente. Spiritualiteit ligt dan binnen het bereik van wat binnen de grenzen van rede en ervaring gekend kan worden. Bij het bespreken van het immateriële zal de filosofie, de nieuwe natuurkunde, de parapsychologie, de godsdienstwetenschappen en de theologie zich tot het haalbare moeten beperken en het kenbare afgrenzen tegen het (nog)onkenbare.

Opleidingsprofiel en beroepsperspectief

De opleiding Zingeving & Spiritualiteit beoogt het verwerven van kennis en het ontwikkelen van psychosociale en psychotherapeutische deskundigheid om iemand te begeleiden in zijn of haar relatie tot zingeving, spiritualiteit en levensvragen. Hoewel de opleiding kan dienen voor eigen ontwikkeling is de opleiding primair gericht op latere beroepsuitoefening. We kunnen hier denken aan instellingen van de geestelijke gezondheidszorg, palliatieve zorg, vormingscentra en/of hospices of aan een zelfstandige vestiging van een praktijk. Het kunnen geven en/of organiseren van cursussen op het gebied van levensbeschouwing en spiritualiteit is ook denkbaar.

De opleiding vormt de basis voor het kunnen functioneren als psychosociaal-, of zingevingtherapeut en het kunnen verlenen van hulp en begeleiden van mensen met levensvragen.

Het profiel van de opleiding wordt verder bepaald door de overweging dat godsdienstwetenschappelijke, wijsgerige, sociaalwetenschapplijke en sociaal-psychologische oriëntatie op zingeving en levensvragen maatschappelijk van zodanig belang is dat een Hbo-opleiding die leidt tot deskundigheid op dit terrein wenselijk is.

Studieprogramma

Studenten volgen een kernprogramma dat bestaat uit de volgende vakgebieden:
  • Zingeving en transcendentie: aandacht wordt besteed aan psychosociale, psychotherapeutische en transcendente referentiekaders die kunnen helpen de zin van het leven te ontdekken. Naast een abstracte betekenis van het leven gaan we op zoek naar een denkbare mogelijkheid van een specifieke levenstaak en bestemming van de mens. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de Logotherapie
  • Psychologie voor de gezondheidszorg: aan de orde komen enkele elementaire beginselen van de godsdienst- en analytische psychologie, de psychologische grondslag van de functies van religie, ontwikkelingspsychologie, humanistische- en transpersoonlijke psychologie, psychosynthese & individuatie en pychopathologie & geestelijke gezondheid (op welke wijze worden mensen gevormd en misvormd?).
  • Westerse-esoterie: de grote lijnen van de geschiedenis van de Westerse-esoterie en de belangrijkste ontwikkelingen van het esoterisch gedachtegoed is object van studie. Behandeld worden (o.a.) Asclepius, de Hermetica, Ficino, Paracelsus, Giordano Bruno en teksten uit de Nag-Hammadi-geschriften.
  • Parapsychologie: aan de orde komt het (experimenteel) wetenschappelijk onderzoek naar vermogens, verschijnselen en waarnemingsvormen die niet met de normale zintuiglijkheid te verklaren zijn en die zich niet zo makkelijk lijken in te passen in het klassieke natuurwetenschappelijk denken. Thema's die aan de orde komen hebben betrekking op bijzondere menselijke ervaringen zoals; de moderne bijna-dood-ervaring, het betekensvolle toeval (synchroniciteit) en reïncarnatie.
  • Praktische spiritualiteit: studenten verkrijgen inleidende kennis van het begrip spiritualiteit en inzicht in de vormen van spiritualiteit binnen een geseculariseerde samenleving. 
  • Mystiek: Studenten verkrijgen kennis van mystiek als fenomenologisch verschijnsel en historisch gegeven. Aandacht wordt besteed  aan de mystieke traditie in het Jodendom, het Christendom en de Islam. Aan de orde komen; Bernardus van Clairvaux, Hildegard van Bingen, Hadewijch, Jan van Ruusbroec en Theresia van Avila.
  • Werken met de DSM-V: Studenten verkrijgen kennis en inzicht in de (klinisch)psychologische beginselen die gericht zijn op het herkennen van psychopathologische en psychosomatische theorievorming rond de verhouding geestelijke gezondheid/ ongezondheid. Het verkrijgen van inzicht en vaardigheid in het diagnosticeren en classificeren van psychische stoornissen in de patiëntenzorg is object van studie. Daarbij is de klinische bruikbaarheid van de DSM-V uitgangspunt. 
  • Verlies-, en rouwbegeleiding; Het accent ligt op de inhoudelijke visie zoals de benadering van vragen en verhalen van cliënten en op de communicatieve dimensie. Aandacht wordt besteed aan de theorie en praktijk van de verlies- en rouwbegeleiding. De basisvaardigheid hierover gesprekken te voeren wordt ingeoefend. 
  • Ethiek voor de gezondheidszorg: in de geestelijke gezondheidszorg vallen beslissingen die vérstrekkende gevolgen hebben voor het leven en sterven van mensen. De student oriënteert zich in de huidige stand van de ethische vraagstellingen en discussies rondom euthanasie en zelfdoding en kwaliteit van leven en sterven.
  • Vergelijkende spiritualiteitstudies: het verkrijgen van kennis en inzicht in de relatie tussen de geleefde spiritualiteit binnen religieuze bewegingen is object van studie. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
  • Therapeutische gespreksvoering: De student verkrijgt kennis, inzicht en vaardigheden in de toepassingsmogelijkheden van therapeutische gespreksvoering in het werkveld van de geestelijke gezondheidszorg. aan de orde komen o.a. de theorie rondom feedback, observatie, groepsdynamica, overdracht-tegenoverdracht en gespreksvaardigheden.
  • Religieuze bewegingen: Studenten verkrijgen  kennis van diverse religieuze bewegingen en de geschiedenis van deze bewegingen. Aan de orde komen (o.a.) de Theosofie, Antroposofie, (moderne) Rosenkruisbewegingen en Vrijmetselarij. 
  • Therapeutische vorming: Het verkrijgen van kennis en inzicht in de fundamentele verwerking van eigen thema's d.m.v. permanente zelfreflectie staat centraal. In een reflectief leerproces leert de student hoe persoonlijk vorm gegeven kan worden aan fundamentele verwerking van eigen thema's (en trauma's). Aandacht wordt besteed aan een sterkte-zwakte analyse van de student in relatie tot het gewenste professioneel-therapeutische handelen in de beroepspraktijk. In het bijzonder wordt aandacht besteed aan de integratie van biografie, identiteit, levensbeschouwing en de professionele standaard.
  • Praktijkvoering: Het opzetten en het kunnen uitvoeren van een praktijk voor psychosociaal-, of zingevingstherapie staat centraal. Aandacht wordt besteed aan de marktwerking, het bedrijfsprofiel en samenwerkingsverbanden.Bijzondere aandacht wordt besteed aan de organisatorische opzet, de basisbegrippen van marketing en management, verantwoorde praktijkvoering en de vereisen voor maatschappelijke acceptatie via een beroepsvereniging.
  • Inter- en groepssupervisie: De student verdiept zich in het eigen functioneren en het ontwikkelen van een persoonlijke en professionele identiteit. Het ervarend leren en reflecteren op gedrag bij emotie op hulpverlenende technieken is object van kennis, oefening en vaardigheid. Aandacht wordt besteed aan het tot stand komen van het zelfbeeld, het beeld van de ander, het identificeren van eigen gedrag en emoties en aspecten die het onderlinge gesprek kunnen belemmeren of bevorderen. Confrontatie met ervaringen, gedrag en emoties van studenten en medestudenten. 

Beroepsvoorbereidende vakken

Het beroepsgerichte deel van de opleiding bestaat uit specifieke onderdelen, gericht op het functioneren in de praktijk van de zingevingtherapeut. Het beroepsgericht deel bestaat uit:
  • Algemene praktische vorming: vaardigheden in de verschillende handelingsvelden van de praktijk worden ingeoefend.
  • Beroepsvoorbereidende vorming: verschillende specifieke onderdelen van de praktische vorming gericht op het functioneren in de praktijk van de zingevingtherapeut komen aan de orde.
  • Stage: kennismaken met de verschillende handelingsvelden van de praktijk, praktijkstage, inter- en groepssupervisie.

Afstudeerrichtingen:

De opleiding Zingeving & Spiritualiteit kent twee afstudeerrichtingen:
  • een vrije studierichting (VS): gericht op persoonlijke ontwikkeling en belangstelling voor zingeving & spiritualiteit en levensvragen;
  • een vierjarige beroepenvariant (BV): die opleidt voor zingevingtherapeut en/of psychosociaal therapeut.

Welke afstudeervariant men ook kiest in beide gevallen volgt men een gemeenschappelijk basisprogramma waarin de godsdienstwetenschappelijke, filosofische, sociaal-wetenschappelijke en sociaal-psychologische disciplines in gelijke mate aan de orde komen.

Toelatingseisen

Tot de studierichting Zingeving & Spiritualiteit kan men worden toegelaten wanneer men in het bezit is van een Havo of Vwo getuigschrift, en/of bezitters van een getuigschrift van een propedeutisch examen in het Hbo of WO en/of een afgeronde MBO- (niveau 4), Hbo- of academische opleiding.
Kandidaat studenten die niet in het bezit zijn van een getuigschrift Havo/Vwo, Hbo/Wo of een propedeutisch examen, maar de leeftijd van 27 jaar hebben bereikt kunnen worden toegelaten via een colloquium doctum (een speciaal toelatingsonderzoek).

Studiekosten

De hoogte van het collegegeld wordt jaarlijks vastgesteld. Voor het komende studiejaar bedraagt dit € 2.140,-. Het collegegeld is desgewenst in termijnen te voldoen. Naast collegegeld moet men rekening houden met kosten voor studiemateriaal, zoals studieboeken en readers.

Locatie, dagen en tijden

De colleges worden verzorgd in het opleidingsgebouw van de Hogeschool Geesteswetenschappen, Drift 17 te Utrecht.
Op loopafstand van het Centraal Station. De  colleges vinden wekelijks plaats op donderdag van 18.30 tot 21.45 uur. Periodiek van 14.30 - 18.00 uur.

» Aanmelden
» Brochure



Deze opleiding is geaccrediteerd door en heeft een kwaliteitskeurmerk van de koepelorganisatie Kwaliteit en Toetsing Natuurgerichte Opleidingen (KTNO).