Master Spiritualiteit
Nadat het diploma Religiestudies, Zingeving
& Spiritualiteit of Geestelijke Begeleiding is behaald kunnen studenten
doorstromen naar de Hbo-masteropleiding Spiritualiteit.
Samen vormen beide opleidingen een afgerond geheel dat een
antwoord wil bieden op het verschijnsel van multiculturalisering en
secularisering van religie.
Bestudeerd wordt de
spiritualiteit en de metafysica van de verschillende wereldreligies
in de (post)moderne samenleving. In het bijzonder het
Hindoeïsme, het Boeddhisme, de Chinese religies, het Jodendom, het
Christendom en de Islam. Met betrekking tot de bestudering van de metafysische interpretatie van teksten wordt ruime aandacht geschonken aan de Westerse-esoterie.
De Master spiritualiteit bereidt voor op educatieve
functies en kader functies bij de (semi)overheid op het terrein van zorg en
educatie, waar men temaken krijgt met beleid inzake interreligieuze
vraagstukken.
De opleiding wordt in deeltijd aangeboden met een studieduur van
twee jaar. Studenten volgen een onderwijsprogramma waarin de vergelijkende studie
van godsdiensten en vormen van spiritualiteit een belangrijk aspect is en waarin de
religiewetenschappelijke component een belangrijke rol speelt.
Studieprogramma
Studenten volgen een onderwijsprogramma dat bestaat uit de volgende vakgebieden:- Spiritualiteit van de Indische religies; kennismaken met de spiritualiteit van het Hindoeïsme en Boeddhisme. Aandacht wordt besteed aan het mythisch denken, de kosmogonieën en de begrippen Samsara, Moksa, Sannyasa, het Zelf en Dharma.
- Spiritualiteit van de antieke Chinese religies; behandeld worden Lao-tze, Chuang-tzu, Mencius, Confucius en stromingen als het Zen-Boeddhisme, Confucianisme en Taoïsme.
- Gnostiek: Vanuit de algemene vraagstelling naar het waarom en hoe van het kwaad worden gnostische stromingen behandeld. We behandelen teksten en stromingen van o.a. Nag-Hammadi, Marcion, Manicheeërs, Paulicianen, Bogomielen en Katharen.
- Spiritualiteit van het Jodendom: aandacht is er voor het Sjechina concept, Kabbala en de Merkawah-mystiek.
- Spiritualiteit van het Christendom: besproken wordt de relatie tussen de geleefde spiritualiteit en de spiritualiteitstudie. Aandacht wordt besteed aan het gnostisch en esoterisch christendom en de daaraan verwante stromingen in de Westerse cultuur en religiegeschiedenis.
- Religieuze bewegingen: behandeld worden enkele moderne religieuze bewegingen en de theorieën over dergelijke bewegingen. Ruime aandacht is er voor het ontstaan van deze bewegingen, hun leer, hun onderlinge relaties en hun plaats in de maatschappij. Aan de orde komen (o.a.) Theosofie, Antroposofie, Vrijmetselarij, de school van Gurdjeff Ouspensky en de Hermetic Order of the Golden Dawn. Bijzondere aandacht is er voor het nieuwe-tijdsdenken, vaak aangeduid onder de verzamelnaam New-Age.
- Mystiek & Spiritualiteit: kennismaken met de mystiek als fenomenologisch verschijnsel en historisch gegeven. Aan de orde komen Bernardus van Clairvaux, Hildegard van Bingen, Hadewijch, Jan van Ruusbroec en Theresia van Avila.
- Parapsychologie: het gaat onder meer over onderzoek naar vermogens en verschijnselen die zich niet zo makkelijk lijken in te passen in het klassieke natuurwetenschappelijke denken. Behandeld worden thema's als; magie, spiritisme, reïncarnatie en het wetenschappelijk onderzoek naar de moderne bijna-dood-ervaring.
Toelatingseisen
Om te kunnen worden toegelaten tot de Master Spiritualiteit dient men in het bezit te zijn van het bachelordiploma, Zingeving & Spiritualiteit, Religiestudies of Geestelijke Begeleiding. Tevens worden studenten toegelaten die beschikken over een afgeronde Hbo- of een academische vooropleiding Theologie of Religiestudies.Studenten met een afgeronde niet-theologische WO- of HBO-vooropleiding dienen deficiënties aan te vullen door het volgen van een prè-master van 60 ECTS. Voor hen is de totale studieduur dus 3 jaar deeltijd.
Het prè-master traject bestaat uit onderdelen van de bachelor Religiestudies en Zingeving & Spiritualiteit. De studieadviseur kan meer informatie verstrekken en eventueel een individueel studietraject opstellen. Dit behoeft goedkeuring van de examencommissie.
Studenten die menen in aanmerking te komen voor vrijstelling van onderdelen uit het voorprogramma kunnen via een daartoe bestemd formulier, dat verkrijgbaar is bij het secretariaat, een verzoek tot vrijstelling indienen bij de examencommissie. Indien nodig zal de examencommissie betreffende vakdocenten raadplegen.
